vrijdag 29 april 2016

Wie meent te staan .......


Begin dit jaar waren er twee programma’s op t.v. waarin een groep Nederlanders werd geconfronteerd met de nood van anderen. In het ene - Rot op naar je eigen land - volgden vijf jonge mensen het spoor terug van twee jonge, Syrische vluchtelingen, vanuit Nederland - waar één van de twee aanspoelde en begraven werd - via de Jungle in Calais, Italië en Turkije naar Jordanië.
In de andere serie werden de deelnemers - vijf mensen van verschillende leeftijden -  met steeds heftiger vormen van armoede geconfronteerd. Eerst werden ze ondergebracht in een klein huurwoninkje, waarvan vervolgens eerst gas en licht werd afgesloten, en dat toen werd leeggehaald door een deurwaarder. Tenslotte werd de hele groep op straat gezet. Na een nacht in een koude caravan volgde er ook nog een op straat. Maar toen waren de drie mannelijk deelnemers al afgehaakt; alleen de twee vrouwen brachten de laatste nacht hongerig en verkleumd door in een verlaten winkelcentrum.

Die tweede serie heette Armoede in Nederland Eigen schuld! Met een uitroepteken dus, geen vraagteken. Het geeft de opvatting weer van twee van de vijf deelnemers aan het programma: armoede bestaat niet in Nederland, en als je toch aan de grond komt te zitten, is dat omdat je foute keuzes hebt gemaakt. Dat er soms omstandigheden zijn waarop je zelf niet of nauwelijks invloed hebt, wilde er bij hen niet in. Ze waren zelf geslaagd in het leven, of in ieder geval bezig te ‘slagen’,  en als zij dat konden, moest het anderen ook lukken. Armoede in Nederland: eigen schuld, dikke bult!

In 2008 verscheen het  boek Van miljonair tot krantenjongen van Sander de Kramer, voormalig redacteur van de Straatkrant en nu t.v.-presentator. De titel is een variant op de aanduiding voor ‘The American Dream', de opvatting, of het geloof, dat iedereen door hard te werken op kan klimmen van krantenjongen (dat wil zeggen: iemand die op straat losse nummers verkoopt van een dagblad) tot miljonair. Dat is hard werken, maar als je het wilt, kan het. Sander de Kramer laat zien dat het omgekeerde ook zo maar kan gebeuren: dat je van geslaagd en goedverdienend burger van de maatschappelijke ladder naar beneden kunt tuimelen en eindigt als straatkrantverkoper, om zo de paar euro’s die je moet betalen voor het slaaphuis van het Leger des Heils bij elkaar te schrapen. Vaak was het een traumatische situatie in de privé-sfeer - een partner of kind dat overleed, bijvoorbeeld - , soms ook een faillissement de aanleiding van de val.
Gelukkig zijn de gevolgen niet voor iedereen zo rigoureus. Er zijn ook mensen die ‘alleen maar’ in de schulden raken door de crisis, ontslag, gezondheidsproblemen. En die ‘alleen maar’ hun koopwoning kwijtraken en met een forse restschuld achterblijven, of anderszins een flink aantal jaren van minder dan een bijstandsinkomen moeten leven.

Christenen leerden het van Paulus: wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle (1 Kor. 10:12).  Dat geldt voor vallen in zonde - Paulus noemt ontucht, afgoderij, opstandigheid - maar ook voor armoede. Het geldt zelfs voor het ‘vluchtelingschap’; niets garandeert ons dat we op enig moment zelf niet aangewezen zullen zijn op de barmhartigheid van anderen.
Christenen leerden het van Jezus’ woorden én van Zijn ‘daden’: om met ontferming bewogen te zijn, om te helpen; als de mensen in nood onschuldig is, maar óók als zijn nood hem wel te verwijten valt. Want die laatsten zijn er natuurlijk wel. Maar voor Jezus maakte het niet uit; Hij genas, bevrijdde, voedde en onderwees hen allemaal. Als Hij iets zei over schuld, was het veelal achteraf (zondig van nu af niet meer).

Pas op dat je niet valt! En laat je houding tegenover mensen die wél vielen - schuldig of onschuldig - bepaald worden door het besef dat het jou ook zomaar kan overkomen.

Geplaatst  in Kerk op Dordt jaargang 7, nummer 19,  d.d. 29 april 2016, p. 32









Tweemaal drie argumenten
















In het Nederland Dagblad worden regelmatig bijdragen van lezers geplaatst die een stelling poneren die ze volgens de spelregels met drie argumenten moeten onderbouwen. Ik stuurde twee keer zo’n bijdrage in. Hier de oorspronkelijke tekst; in de krant werden ze soms enigszins ingekort of anderszins aangepast.

Ik ben voor een meldpunt voor mensen die géén lintje willen.

  1. Wie bang is te worden voorgedragen voor een koninklijke onderscheiding, kan dat moeilijk rondbazuinen. Dat kan lijken alsof zij of hij eigenlijk zichzelf onder de aandacht wil brengen als iemand die voor zo’n onderscheiding in aanmerking komt.
  2. Een geweigerde onderscheiding is pijnlijk voor de aanvragers van het lintje, na alle moeite die ze daarvoor hebben moeten doen. Als het meldpunt er is, kan de gebruiksaanwijzing voor een aanvraag beginnen met het advies dit allereerst te raadplegen.
  3. Een geweigerde onderscheiding is pijnlijk voor de burgemeester als de kandidaat pas bij de uitreiking tot de ontdekking komt dat men hem of haar wil onderscheiden, en dan alsnog weigert het lintje in ontvangst te nemen (zoals een oud-raadslid in Marum in 2014 deed).
(ND 7 oktober 2015)


Ik ben voor de samenvoeging van Koningsdag en Bevrijdingsdag tot één nationale (nadrukkelijk niet: nationalistische) feestdag op 5 mei. 
  1. Verreweg het belangrijkste argument is dat Bevrijdingsdag zo’n treurige feestdag is. De dodenherdenking op 4 mei krijgt gelukkig volop aandacht, maar op de dag erna is er, naast wat vlaggen en speciale t.v.-programma’s, in de stadswijken en dorpen weinig te merken van feestelijkheden; niet onlogische zo kort na Koningsdag.  Bovendien heeft lang niet iedereen vrij op deze dag.
  2. De dag waarop we de verjaardag van de regerende vorst vieren, hoeft dan bij iedere troonswisseling te wijzigen. Nu valt het in Nederland gelukkig wel mee met het aantal troonswisselingen, maar de eerste in de lijn van troonopvolgers, Prinses Amalia, is op 7 december jarig. Lijkt me geen geweldig moment voor een Koninginnedag. En de verjaardag van de vorst op een andere dag dan de eigenlijke verjaardag vieren is eerder gebeurd; onder Beatrix bleef Koninginnedag op 30 april, hoewel zij zelf eind januari jarig is. 
  3. Republikeinen kunnen deze feestdag ook volop meedoen, door de vorst te negeren en alleen de bevrijding te vieren.
(ND  23 april 2015; aangepaste versie)

maandag 7 maart 2016

Je wordt er altijd beter van

Het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten opstaan. 
(Jakobus 5: 15a)

We hadden het al eens aangeboden in onze wijkgemeente: ziekenzalving, zoals Jakobus daar aan het slot van zijn brief over schrijft. Dat was in de tijd dat Janneke Vlot uit Bleskensgraaf werd genezen van posttraumatische dystrofie. Naar aanleiding van deze gebeurtenis hielden we een leerhuis en besloten we als kerkenraad dat we verzoeken om ziekenzalving graag wilden honoreren. Daar werd jaren geen gebruik van gemaakt, tot eind vorig jaar een jonge vrouw uit de wijkgemeente dat wel deed.

Nu is gebedsgenezing een onderwerp waarover in kerkelijke kring de wegen behoorlijk uiteen gaan. Rooms Katholieken maakten er een sacrament voor stervenden van, het laatst oliesel.  Sommige gebedsgenezers maakten velen huiverig (en afkerig) omdat zij zieken die niet genazen op hun gebed verweten dat ze te weinig geloof hadden (dat terwijl Jezus in Mt. 17:14-20  de ‘genezers’ hun ongeloof verwijt, niet de zieke jongen of zijn vader) of die zieken afraadden of verboden een arts te raadplegen.
Voor veel anderen speelt het onderwerp helemaal geen rol (meer); orthodoxen twijfelen er niet aan dat Jezus en de apostelen indertijd wonderen hebben verricht, maar stellen dat dat niet meer hoefde, en dus ook niet meer gebeurde, toen de bijbel klaar was; vóór die tijd was het nodig om de heidenen te overtuigen. Aan de ander kant van de kerk worden wonderverhalen ontmythologiseerd: ze hebben wel betekenis, maar moeten vooral niet letterlijk gelezen worden.

De verzen kunnen inderdaad veel vragen oproepen: over genezing en geloof, genezing en zonde, over de ‘aard’ en functie van de zalfolie, over van alles en nog wat. En pastoraal zit er ook heel veel aan vast: wat als iemand niet geneest, toch sterft?
Maar misschien moeten we maar gewoon gehoorzaam zijn: zingen als je vrolijk bent, bidden als je het moeilijk hebt en de oudsten van de gemeerde roepen als je ziek bent, om die voor je te laten bidden en je met olie zalven. En misschien moeten die oudsten dat dan maar gewoon doen, óók als ze veel vragen hebben.

Je wordt er altijd beter van, zei iemand over ziekenzalving. Dat kan wat vrijblijvend klinken: er zijn ook mensen die ontzettend opknappen van een flesje gekleurd water. Maar tegelijkertijd blijkt het ook erg waar te zijn: soms doordat de zieke op een wonderbaarlijke manier geneest, soms ook doordat die in volle vrede en/of zonder pijn sterft. Niet iedereen staat op van zijn bed, óók niet in de bijbelse tijd. Maar het gelovige gebed zorgt wel voor redding; soms van de dood, soms door de dood heen.

Geplaatst in Kerk op Dordt jaargang 7,  nummer 3  d.d. 5 februari 2016



donderdag 17 december 2015

Beschikken

Dit jaar kwamen er betrekkelijk veel vluchtelingen naar ons land. Daar is van alles over te zeggen en gezegd (en geroepen, en geschreeuwd), maar het gaat me nu even om de volgende overweging: zou het kunnen zijn dat de Here God deze mensen naar ons toe brengt omdat we zo spaarzamelijk  gehoor hebben gegeven aan Zijn opdracht om naar hen toe te gaan. Ja, we gingen er wel heen, maar toch vooral om er aan te verdienen; we noemden  hun landen niet voor niets wingewesten.
Pastor Edgar, de Iraanse predikant die sprak op de Open Doorsdag van 28 november j.l., ziet het ook ongeveer zo: “Westerse christenen komen landen in het Midden-Oosten vaak niet in, om daar te evangeliseren. Maar God stuurt hen [de vluchtelingen, w.a.] hierheen. Ziet de kerk dat dat een kans is, dat daar een taak ligt?”

Een paar weken geleden was er een prachtige bijeenkomst waarin een onderzoek werd gepresenteerd naar de internationale kerken (voorheen ook wel migrantenkerken genoemd) in Dordrecht. De stad blijkt er een dertigtal te herbergen en waarschijnlijk is het merendeel daarvan voor veel blanke kerkgangers volkomen onbekend (en daardoor ‘onbemind’).
Maar waar het nu even om gaat is dit. Behalve de onderzoekster, Ditta Westerbeke, spraken op deze avond Arnold van Heusen en Dele Olowu; behalve Nigeriaans predikant is hij ook stadsgenoot. De eerste schreef over de laatste: “Oluwu is moderator van een Afrikaans kerkgenootschap dat in tien Europese landen vele plaatselijke gemeenten heeft en om te zien hoe hij zich aan de kant van de Nederlandse kerken schaarde om sámen de vluchtelingen te hulp te schieten - dat was prachtig!”
Zelf vertelde Van Heusden over een Armeens lid van zo’n internationale kerk die hij een lift gaf.  “‘Ik denk wel eens dat God ons misschien hierheen stuurt om jullie te helpen, om de kerk te helpen’  zegt hij zachtjes ‘vind je dat een goede gedachte?’”

In de bijbel lees ik regelmatig dat God ‘beschikt’ (van: de mens wikt, God beschikt). Soms letterlijk; zie bijvoorbeeld oudere vertalingen van het boek Jona. Daar ‘werpt’ God een grote wind op de zee en hij ‘beschikt’ een vis om de gedeserteerde profeet terug te halen, alsmede een boom en een worm om hem een lesje te leren. Maar ook op andere plaatsen zien we hoe Hij dingen gebruikt. Soms zijn dat ook foute dingen - en die blijven fout, zondig, en verwijtbaar - die Hij in Zijn dienst stelt voor iets goeds; denk aan de zonen van Jakob die hun broer als slaaf verkopen en het verraad van Judas. Of aan de vervolging in Jeruzalem, kort na Pinksteren: het zorgt ervoor dat de tweede fase van de driedelige zendingsstrategie (Jeruzalem - Judea en Samaria - de einden der aarde) in werking treedt: de gemeenteleden werden verspreid (SV, terecht: ’verstrooid’; het Griekse sperma zit in het werkwoord) over Judea en Samaria en verkondigden daar het evangelie, zie Handelingen 8:1-4.

Zou het kunnen zijn dat God aan het beschikken is; dat hij ons, Westerse, krimpende en veelal lauwe kerk een nieuwe kans geeft om te doen en te zijn waartoe Hij ons geroepen heeft, waartoe we kerk zijn: door de volkeren bij ons te brengen om hen het goede nieuws te brengen van de Zoon van God die arm werd, vluchteling zelfs, om ons rijk te maken. Én om in deze vluchtelingen en vreemdelingen Hemzelf te herbergen, natuurlijk.
En zou het kunnen zijn dat Hij broeders en zusters aan ons heeft gegeven uit andere culturen en met kennis van andere talen om ons daarbij te helpen. Of andersom natuurlijk: om ons, als ‘waterputters en houthakkers’, de gelegenheid te geven deze internationale christenen te helpen de Grote Opdracht uit te voeren.

Ik denk dat het best zou kunnen, en dat we in ieder geval ook zó naar het zo genoemde vluchtelingenprobleem moeten of mogen kijken. Want God beschikt!

Geplaatst  in Kerk op Dordt jaargang 6, nummer 24  d.d. 18 december 2015

vrijdag 4 september 2015

Dus ... geniet!

Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. God ziet alles wat je doet allang met welbehagen aan.  Draag altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur. Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. Het bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt onder de zon, dus geniet op elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven. 
Prediker 9:7-9

Als iemand ’dus’ schrijft, verwacht je dat er een logische conclusie volgt: roken is heel slecht voor je gezondheid, dus daar kun je beter zo snel mogelijk mee ophouden! Maar in Prediker 9 lijkt iedere logica zoek. In de eerste zes verzen van het hoofdstuk heeft de schrijver betoogd dat ieder mens hetzelfde lot treft - zo staat het ook letterlijk in vers 3 - het maakt niet uit of je al dan niet rechtvaardig bent.
Als je dat concludeert, ligt het voor de hand te vervolgen met de woorden waarmee het bijbelboek begint: ijdelheid der ijdelheden, het is allemaal ijdelheid (ofwel, met de NBV: allemaal lucht en leegte). Allemaal zinloos.
Maar dat doet Prediker niet. Heel verrassend gaat hij verder met het advies om volop te genieten van het leven. En dan niet vanuit al die het negatieve Geniet van ’t leven, het duurt maar even, maar in het geloof dat de goede dingen in het leven van God komen. Leven in het besef van de naderende dood moet niet leiden tot droefheid daarover, maar tot vreugde over het huidige leven.

Nu stammen de meeste leden van de PKN, en dus de meeste lezers van dit kerkblad, van  het calvinistische deel van de Reformatie, en die worden geacht vooral sober en matig te zijn; genieten scoort niet echt hoog op de lijst met christelijke deugden. Tot hun troost kan worden gemeld dat ook Prediker het hier niet heeft over een leven waarin alle remmen los gaan; hij sluit zijn boek ook af met de conclusie dat God oordeelt over elke daad en ieder dus dient te leven in ontzag voor God en gehoorzaamheid aan Zijn geboden. Maar dat sluit niet uit dat iedereen het gewone leven mag genieten als een gave van God.

Jochem Douma noemt de verzen over genieten een oase in de woestijn. Of eigenlijk: niet meer dan een oase in de woestijn. Over die woestijn heeft Prediker het uitvoerig gehad. Als rijke koning met een fors harem had hij alles waarvan veel mensen denken dat daarin het geluk te vinden is: bezit, macht, vrouwen (ofwel: gold, glory and girls). Maar de les die hij leerde is dat dat allemaal ijdelheid, allemaal lucht en leegte is. Toch brengt dat hem er niet toe dan maar voor de trein te springen. Integendeel: al bevind je je in de woestijn, dan hoeft dat geen verhindering te zijn om de weldaden van de oase volop te vieren en te genieten, als gave van God. Oók na de vakantie.

Geplaatst  in Kerk op Dordt jaargang 6, nummer17  d.d. 10 april 2015

zondag 16 augustus 2015

Earth overshoot Day



De berekeningen lopen wat uiteen, maar rond de tijd dat dit kerkblad bij u op de mat valt is het Earth overshoot Day. Dat is de dag waarop we met elkaar, als wereldbewoners, datgene wat onze aardbol kan voortbrengen aan grondstoffen, hebben opgebruikt. De rest van het jaar, 4 1/2 maand, teren we dus in. In 1986 konden we nog ongeveer toe met wat de aarde voortbracht, in 2001 viel de dag op of rond 1 november, in 2011 op 27 september en dit jaar, 2015 - volgens de officiële site, op 13 augustus.

Als schuldhulpmaatjes te maken krijgen met mensen die, zoals Loesje dat even grappig als wrang formuleert, ’aan het einde van hun geld nog een stuk maand overhouden’, is het tijd voor een serieus gesprek; zeker als dat stuk geldloze maand steeds langer wordt. Er moet óf meer geld binnenkomen, óf stevig bezuinigd worden. Maar t.a.v. de aarde blijven heel veel mensen erg kalm onder de signalen. Net als 40 jaar geleden, toen er steeds duidelijker werd hoe desastreus nicotine was, zijn er nu ook belanghebbenden die er alles aan gelegen is om de boodschap van een opwarmde aarde te bagataliseren of zelfs te ontkennen. Daar horen niet alleen de grote vervuilers bij, maar óók politici én hun kiezers, die beseffen dat erkennen van het probleem consequenties heeft voor hun gedrag.

Maar ook christenen stoten soms hun neus als ze aandacht vragen voor deze problematiek. Immers: wat baat het een mens, de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden (Mc. 8:36). En er komt toch een nieuwe aarde, dus wat zou je je druk maken om de oude. Soms is de gedachte zelfs: hoe eerder de oude ’op’ is, hoe eerder die nieuwe komt. Ik denk dat daar ook vaak een theologische misvatting aan ten grondslag ligt: Romeinen 8 lijkt toch echt te gaan over de aardbol die niet alleen meegetrokken is in de val van de mens, maar die ook zal delen in de verlossing (vers 19-22).
In de kerk vermanen c.q. sporen we elkaar - terecht - aan zuinig om te gaan met ons lichaam, en dus bijvoorbeeld niet te roken en drugs te gebruiken: het is een tempel van de Heilige Geest. Dat doen we, terwijl we weten dat dat lichaam bij de opstanding vernieuwd zal worden, zie het slot van 1 Kor. 15. Zouden we dan met Gods Schepping anders moeten omgaan?

Ik las ooit een bijdrage van iemand die zich afvroeg waarom we in de kerk aandacht besteden aan alle ’heilsfeiten’ met speciale feestdagen en ’tijden’ (advent, 40-dagen- of lijdenstijd), behalve aan de Schepping. Deze persoon stelde voor zo’n periode op de kerkelijke kalender in te bouwen in het najaar; niet zo’n gekke keuze; dat is ook de tijd van de Vredeszondag - al hoor je daar steeds minder over -, de Michazondag - al krijgt die nog niet erg breed aandacht - en de Dankdag voor gewas en arbeid of de oogstdienst; daar doen we PKN-breed wat mee.
Een scheppingszondag blijkt er overigens al te zijn: op de eerste zondag in september. In veel landen wordt deze zondag al jarenlang gevierd, lees ik op internet. Voor zover ik weet, hoort Nederland daar niet bij. Ik had er zelf tot vorige week ook nog niet van gehoord en mijn kerkenwerkagenda zegt er ook niks over. Misschien leent de datum zich er ook niet zo goed voor: net na de vakantie, met de startzondag nog voor de boeg.

Maar ondertussen zijn we bezig in te teren op onze reserves; zolang de voorraad strekt. Christenen én kerken zouden daar, méér dan anderen, een boodschap aan moeten hebben.

ds Wim Aanen

Geplaatst  in Kerk op Dordt jaargang 6, nummer 16  d.d. 14 augustus 2015, p. 32

woensdag 1 april 2015

Als de graven openbreken ...



De graven werden geopend en en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt (Mattteüs 27:52)
Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een overgankelijk lichaam .... (1 Kor. 15:52)

Op de een of andere manier ben ik een jaar of 20 geleden in het bezit geraakt van een boek uit 1927, Licht uit de graven van ds. J.J. Knap Czn. De ondertitel van het boek luidt Bijbellezingen over de doodenopwekkingen in het Nieuwe Testament. De schrijver wijdt 12 lezingen aan de opwekking van Lazarus, en steeds twee aan de zoon van de weduwe in Naïn, het dochtertje van Jaïrus en Tabitha of Dorcas; Eutychus tenslotte, de jongeman die overleed na een val uit het raam van de samenkomst-bovenzaal (omdat hij in slaap was gesukkeld, Handelingen 20:7-12) moet het met één hoofdstuk stellen.
Wat dan opvalt is dat Knap met geen woord rept over de collectieve dodenopwekking waar Matteüs over schrijft. Op de middag van de Goede Vrijdag, op het moment dat Jezus sterft, gebeuren er elders twee bijzondere dingen:
  • het voorhangsel in de tempel scheurt; de weg naar God, afgesloten na de zondeval, is weer open (zie de Hebreeën 10:19 en 20)
  • buiten de stad worden ”veel gestorven heiligen” tot leven gewekt. Zij wachten keurig hun beurt af: ze blijven wachten tot zondagmorgen, als Jezus is opgestaan; dan pas vertonen ze zich in de stad.
Knap is niet de enige bij wie dit laatste aspect van het Paasevangelie ontbreekt; in de klassieke kinderbijbels wordt het gescheurde voorhangsel veelal wel genoemd, maar de opwekking van de doden niet. Zelf kreeg ik het in vele jaren bijbelvertellingen en preken ook niet mee. Maar daarom hoort het er nog wel helemaal bij.

Het bijbelgedeelte laat veel vragen open: wie waren deze gestorven heiligen, wanneer leefden en stierven ze, en in wat voor soort lichaam verschenen ze. Maar de boodschap is duidelijk. Toen Jezus stierf aan het kruis, was het écht allemaal volbracht. Niet alleen was er betaald voor de schuld, voor de zonde, maar de Heer overwon toen ook de macht van de dood. En 1 Korintiërs 15 laat zien dat deze dodenopwekking een teken is, dat verwijst naar Gods toekomst; net zoals de genezingen die Jezus verrichtte, en de 600 liter hele beste wijn, waarmee Hij een bruiloft redde, dat waren. Als straks de bazuin klinkt,  vindt er een nog veel grotere dodenopwekking plaats, wereldwijd. Wat gezaaid werd in vergankelijkheid en oneer, wordt door de Heer opgewekt in onvergankelijkheid en eer. In een wereld vol dood en verderf, pijn en verdriet blijven we belijden en geloven in een opgestane Heer, én in de  ’opstanding des vlezes’.

Geplaatst  in Kerk op Dordt jaargang 6, nummer 8  d.d. 10 april 2015.