Posts tonen met het label dak- en thuislozen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dak- en thuislozen. Alle posts tonen

dinsdag 24 oktober 2017

Diaconale dilemma’s

Arme mensen moet je helpen: hongerigen voeden, dorstigen te drinken geven, vreemdelingen huisvesten, naakten kleden, zieken en gevangenen bezoeken. Jezus noemt deze zes werken van barmhartigheid  (in Mt. 25:31-46), en ‘Rome' voegde er nog een zevende aan toe: de doden begraven. Overduidelijk wat Jezus van zijn volgelingen verwacht. Maar soms is de toepassing wat lastiger. Diakenen, diaconieën en anderen die goed willen doen staan wel eens voor een dilemma. Ik noem er drie, in de hoop dat u mee wilt denken.

1. werkvakanties
U kent het concept: jongeren sparen een flink bedrag, al dan niet via sponsoring, en doen voor dat geld mee aan een diaconale werkvakanties. Ze gaan in een ver land bijvoorbeeld helpen om een schooltje te bouwen. Prachtig natuurlijk: dat er nog jongeren zijn die niet kiezen voor een strandvakantie maar zich in hun vrije tijd op deze manier inzetten voor hun naaste. Maar de afgelopen maand hoorde ik een directeur van een christelijke hulporganisatie die hier vraagtekens bij zette: wat doet het met het zelf respect van de mensen die op deze manier geholpen worden als er een groep middelbare scholieren voor hen een school of kerk komt bouwen. En hoe economisch is het; zou de klus niet veel beter en goedkoper geklaard kunnen worden als het geld van de reizen naar het land toe was gegaan en de mensen zelf het gebouw hadden neergezet. 
Er is wel een belangrijk tegenargument: jongeren komen anders terug van zo’n reis. Ze beschouwen onze welvaart niet meer als vanzelfsprekend en krijgen ook oog voor de nood in hun eigen stad. Dus een confrontatie met echte armoede is een goed ding. Maar misschien kan dat ook anders dan via een werkvakantie. 

2. hulpgoederen versturen
De dag nadat er een orkaan over de Antillen was geraasd, kwam er een Antilliaanse Rotterdammer - of Rotterdamse Antilliaan - in het nieuws die bezig was hulpgoederen te verzamelen om die naar de getroffen eilanden te versturen. Alles was welkom!  
Nu kan zo’n actie nuttig zijn als noodhulp, als er helemaal niks meer is of werkt in een rampgebied. Maar een ‘arm land’ waar wel (weer) het een en ander te koop is,  is natuurlijk veel beter geholpen met hulpgoederen die in het land zelf worden gekocht. Het scheelt een hoop verzendkosten, maar bovendien snijdt het mes dan aan twee kanten: de plaatselijke economie wordt gestimuleerd en dus helpt de hulpactie om het land weer, of méér, op eigen benen te laten staan. En dus om het moment aan te laten breken dat de hulp niet meer nodig is.   
Goederen inzamelen en (misschien wel zelf) wegbrengen is wellicht veel bevredigender voor de westerse ‘hulpverlener’; lekker concreet. En daarom levert het misschien ook wel meer op. Maar misschien zou de vraag waarmee ‘de ander’ het meest gebaat is toch voorop moeten staan. 

3. hongerigen voeden
De Voedselbank hanteert strenge criteria: méér leefgeld dan een heel klein beetje: dan geen voedselpakket. Anderen - zoals Broodnodig van de Dordtse Evangelisatie, het DAC en het inloophuis van De Hoop, - delen hun voedsel uit zonder te vragen naar het bestedingspatroon van de mensen die zich melden. Dagelijks Brood - óók DE - zit daar tussen in: die baseert zich op de diaken of hulpverlener die de persoon of het gezin aanmeldt. Maar wat als die een fors deel van het schamele inkomen van de hulpvrager besteed wordt aan sigaretten, alcohol of andere drugs? Of aan een duur telefoonabonnement. Of wat als de hulpvrager vindt dat de auto perse moet blijven, terwijl die niet echt nodig is. Van al die dingen kun je nog zeggen dat die persoon dat voor zichzelf doet. Maar het wordt al lastiger als hij of zij zich geroepen weet voor een stuk of 10 zwerfhonden of -katten te zorgen, en daardoor zichzelf tekort doet. En helemaal ingewikkeld wordt het als de hulpvrager maandelijks een bedrag overmaakt aan zijn familie, die in een ver Afrikaans land in armoede leeft. 

Dilemma’s: wie het weet mag het zeggen. 

Geplaatst in Kerk op Dordt jaargang 8,  nummer 20  d.d. 20 oktober 2017

vrijdag 29 april 2016

Wie meent te staan .......


Begin dit jaar waren er twee programma’s op t.v. waarin een groep Nederlanders werd geconfronteerd met de nood van anderen. In het ene - Rot op naar je eigen land - volgden vijf jonge mensen het spoor terug van twee jonge, Syrische vluchtelingen, vanuit Nederland - waar één van de twee aanspoelde en begraven werd - via de Jungle in Calais, Italië en Turkije naar Jordanië.
In de andere serie werden de deelnemers - vijf mensen van verschillende leeftijden -  met steeds heftiger vormen van armoede geconfronteerd. Eerst werden ze ondergebracht in een klein huurwoninkje, waarvan vervolgens eerst gas en licht werd afgesloten, en dat toen werd leeggehaald door een deurwaarder. Tenslotte werd de hele groep op straat gezet. Na een nacht in een koude caravan volgde er ook nog een op straat. Maar toen waren de drie mannelijk deelnemers al afgehaakt; alleen de twee vrouwen brachten de laatste nacht hongerig en verkleumd door in een verlaten winkelcentrum.

Die tweede serie heette Armoede in Nederland Eigen schuld! Met een uitroepteken dus, geen vraagteken. Het geeft de opvatting weer van twee van de vijf deelnemers aan het programma: armoede bestaat niet in Nederland, en als je toch aan de grond komt te zitten, is dat omdat je foute keuzes hebt gemaakt. Dat er soms omstandigheden zijn waarop je zelf niet of nauwelijks invloed hebt, wilde er bij hen niet in. Ze waren zelf geslaagd in het leven, of in ieder geval bezig te ‘slagen’,  en als zij dat konden, moest het anderen ook lukken. Armoede in Nederland: eigen schuld, dikke bult!

In 2008 verscheen het  boek Van miljonair tot krantenjongen van Sander de Kramer, voormalig redacteur van de Straatkrant en nu t.v.-presentator. De titel is een variant op de aanduiding voor ‘The American Dream', de opvatting, of het geloof, dat iedereen door hard te werken op kan klimmen van krantenjongen (dat wil zeggen: iemand die op straat losse nummers verkoopt van een dagblad) tot miljonair. Dat is hard werken, maar als je het wilt, kan het. Sander de Kramer laat zien dat het omgekeerde ook zo maar kan gebeuren: dat je van geslaagd en goedverdienend burger van de maatschappelijke ladder naar beneden kunt tuimelen en eindigt als straatkrantverkoper, om zo de paar euro’s die je moet betalen voor het slaaphuis van het Leger des Heils bij elkaar te schrapen. Vaak was het een traumatische situatie in de privé-sfeer - een partner of kind dat overleed, bijvoorbeeld - , soms ook een faillissement de aanleiding van de val.
Gelukkig zijn de gevolgen niet voor iedereen zo rigoureus. Er zijn ook mensen die ‘alleen maar’ in de schulden raken door de crisis, ontslag, gezondheidsproblemen. En die ‘alleen maar’ hun koopwoning kwijtraken en met een forse restschuld achterblijven, of anderszins een flink aantal jaren van minder dan een bijstandsinkomen moeten leven.

Christenen leerden het van Paulus: wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle (1 Kor. 10:12).  Dat geldt voor vallen in zonde - Paulus noemt ontucht, afgoderij, opstandigheid - maar ook voor armoede. Het geldt zelfs voor het ‘vluchtelingschap’; niets garandeert ons dat we op enig moment zelf niet aangewezen zullen zijn op de barmhartigheid van anderen.
Christenen leerden het van Jezus’ woorden én van Zijn ‘daden’: om met ontferming bewogen te zijn, om te helpen; als de mensen in nood onschuldig is, maar óók als zijn nood hem wel te verwijten valt. Want die laatsten zijn er natuurlijk wel. Maar voor Jezus maakte het niet uit; Hij genas, bevrijdde, voedde en onderwees hen allemaal. Als Hij iets zei over schuld, was het veelal achteraf (zondig van nu af niet meer).

Pas op dat je niet valt! En laat je houding tegenover mensen die wél vielen - schuldig of onschuldig - bepaald worden door het besef dat het jou ook zomaar kan overkomen.

Geplaatst  in Kerk op Dordt jaargang 7, nummer 19,  d.d. 29 april 2016, p. 32









woensdag 14 augustus 2013

Bad, brood en bed


De bijna-een-Elfstedentocht-periode in februari, waarin we dekens naar het Leger des Heils konden brengen  ten behoeve van de daklozen ligt weer royaal achter ons. De komende negen maanden moeten die dak- en thuislozen het  doen met de standaardvoorzieningen van het DAC, het Leger, Stay Clean van De Hoop en Broodnodig van de Dordtse Evangelisatie. Maar goed, die voorzieningen zijn er wel, en het is voluit een goede zaak dat kerken en christenen daarbij betrokken zijn. 
En toch ontkom ik er af en toe niet aan ook wat vraagtekens te zetten. Ik waag het erop die met u te delen.

Stel: u bent Nederlands staatsburger, alleenstaand, 21  jaar of ouder, u hebt geen uitkering o.i.d., geen eigen geld maar ook geen schulden en u hebt bij het Leger des Heils een postadres. Dan hebt u recht op een maandelijkse (daklozen-)uitkering van € 668,21 per maand.
Maar u zit aan de goede kant van de streep, want u hebt de afgelopen nacht bij het Leger kunnen slapen en als u ervoor zorgt dat u zich op tijd meldt, is ook de komende nacht uw bed in het slaaphuis gereserveerd. Dat kost u € 4,00 per nacht; daarvoor krijgt u een bed en twee broodmaaltijden, incl., koffie en thee,  en ’s avonds ook nog soep. Voor € 2,00 kunt u tussen de middag een warme maaltijd krijgen. Verder is er overdag op verschillende adressen op loopafstand van het slaaphuis voor niets of een klein beetje wel koffie, en soms ook nog het nodige eten, te verkrijgen.
Dat betekent dat u voor een kleine 200 euro per maand voorzien bent van de meest basale levensbehoeften, in het circuit samengevat met de begrippen bad, brood en bed; tel daar nog een euro of 60 bij voor zorgkosten (premie minus toeslag), dan houdt u nog ongeveer 350 euro ‘zakgeld’ over per maand. Geld dus voor kleding, beltegoed, cadeautjes enz.  En/of voor tabak, alcohol en andere drugs, natuurlijk.
Ga dat nou eens uitleggen aan een bijstandsmoeder. Die krijgt weliswaar een paar honderd euro meer per maand, maar moet daar wel eerst huur en energie van betalen en vervolgens ook nog eten voor haarzelf en de kinderen.

Zou het  nou erg onbarmhartig  zijn om tegen iemand die geen kans ziet zijn of haar uitkering te gebruiken voor het doel waarvoor deze wordt verstrekt - namelijk: voor de meest noodzakelijke levensbehoeften  -  in nature te ‘betalen’.  Om dus  tegen zo iemand te zeggen: u krijgt van ons een kamertje van 3 x 2 meter met een bed, een kast, een tafel en een stoel. Daar betaalt u een reële prijs voor, net als voor uw eten. De rest is deels zakgeld en een ander deel  sparen we voor je toekomstige woning of kamer.
Dordrecht staat, net als veel andere steden, vol met leegstaande kantoorgebouwen; daar moet er toch eentje bij zijn die geschikt is of gemaakt kan worden voor dit doel. Of gebruik het leegstaande zusterhuis van ASZ-Amstelwijck, het oude Refaja.

Nu loop ik inmiddels lang genoeg mee in het diaconale circuit om te weten dat het niet allemaal zo simpel is als het hierboven wordt beschreven. Er zijn bijvoorbeeld ook zorgmijders, en er zijn ‘ongedocumenteerden’ -  zo bestempelen hulpverleners‘illegalen’, want  ‘er bestaan geen onwettige mensen, er bestaan wel onmenselijke wetten’.  Maar voor die laatste groep blijven er vast wel een paar verdiepingen zusterflat over.
Als de gemeente deze plannen gaat realiseren, hoeven kerken en christenen zich geen zorgen te maken:  er blijft voor hen  genoeg ruimte over om zich in te zetten voor dak- en thuislozen. Want ook zij kunnen van bad, brood en bed alléén niet leven.

Onder de titel 't Is weer voorbij, die barre winter geplaatst in Kerk op Dordt jaargang 3 , nummer 8 d.d. 30 maart, p. 32.
Bij publicatie van dit verhaal was de prijs voor een nacht bad, brood en bed bij het Leger des Heils al verhoogd naar € 5,00. Ook de voorwaarden voor het verkrijgen van een bijstandsuitkering zijn aangescherpt, vooral voor 'jongeren' tot 27 jaar. Aan de kern van het betoog doet het m.i. niets af. (wa).