Posts tonen met het label Vluchtelingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vluchtelingen. Alle posts tonen

dinsdag 26 januari 2021

Sorry ……..


Child labour in the fashion supply chain


Tussen alle terugblikken en lijstjes die in de laatste week van 2020 langskwamen in de media bevond zich ook de ‘Sorrylijst’: een overzicht van - min of meer - geruchtmakende excuses voor gemaakte fouten. Daaronder minister Grappernaus over zijn huwelijksdag, BN-er Famke Louise over de uitspraak dat ze niet langer meedeed aan het opvolgen van de coronaregels en de koning over zijn 1-daagse vakantie in Griekenland. Maar op de lijst staan ook grotere dingen, excuses namens ons allemaal: dezelfde koning over onze rol als kolonisator in Indonesië en ‘de kerk’ over de passieve houding ten aanzien van de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. (Wie zich afvraagt of dat wel kan, schuld belijden voor iets wat gebeurde in een tijd dat je zelf nog niet geboren was, doet er goed aan na te lezen hoe Daniel, zelf een voorbeeld van oprechte vroomheid en toewijding aan God, schuld beleed voor de afval van het volk; zie Dan. 9).


Schuld belijden, excuses aanbieden - beter: vergeving vragen - over fouten die in het verleden zijn gemaakt, is belangrijk. Maar nóg belangrijker lijkt het me om na te denken over de vraag welke dingen we nu doen - of laten gebeuren - waarvoor we later schuld moeten belijden, sorry moeten zeggen. Twee voorbeelden. 


Linda Polman schreef een boek met de titel Niemand wil ze hebben. Die titel is gebaseerd op een triomfantelijke kop in een Duitse krant in juli 1938. In het Franse kuuroord Evian werd een internationale conferentie gehouden over de vraag wat men aan moest met het grote aantal joden dat weg wilde uit nazi-Duitsland. Dit was dus de conclusie: Keiner will sie haben. Joden op de vlucht zijn nergens welkom.  

In haar boek laat Linda Polman zien dat de argumenten die destijds werden gebruikt om joden te weren precies dezelfde zijn als nu worden aangevoerd om duizenden vluchtelingen aan de randen van Europa (Moria op Lesbos is maar één van de vele kampen) én in de rest van de wereld te laten creperen: gevaar voor de nationale veiligheid, de vluchtelingen hebben andere normen en waarden, ze pikken ‘onze’ banen in, enzovoort. Op 4 mei j.l. werden in Amsterdam twee indrukwekkende toespraken gehouden, maar toen het later in het jaar over de kinderen van Lesbos ging, was het besluit toch dat we ze niet wilden hebben. 


Het tweede voorbeeld is de slavernij. Mede door de Black lives matter-protesten is in het afgelopen jaar bij velen het besef doorgedrongen dat er alle reden is ‘sorry’ te zeggen tegen de nakomelingen van 'tot slaaf gemaakten'. En om na te denken over de vraag of er nog wat recht gezet moet worden. Op de Amsterdamse grachtengordel, maar bijvoorbeeld ook in Vlissingen, zijn prachtige panden gebouwd met geld dat is verdiend met de slavenhandel. We beschouwen dat nu als een grof schandaal, maar ondertussen is er wereldwijd nog steeds sprake van slavernij, en het is een hele kunst om er niet ook van te profiteren. 

In het materiaal voor de Micha-zondag van afgelopen jaar, met slavernij als thema, stond ook een schuldbelijdenis. Daarin wordt - met de wat vlakke woorden ‘het spijt me’ - vergeving gevraagd voor de pakjesbezorger die geen tijd meer heeft voor zijn gezin, de arbeidsmigrant die met zestien anderen in een flatje is gepropt, het kind dat de coltan uit mijn smartphone opgroef, de moeder die om middernacht mijn t-shirt naaide, de vader die mijn koffiebonen plukte en al een jaar niet naar huis mag en  de arbeider die het gif inademde van de verf op ons speelgoed. Wie geen slaven in dienst heeft, mag zijn vinger opsteken. 


Wie zijn overtredingen (…) belijdt én nalaat, zal barmhartigheid verkrijgen (Spreuken 28:13). 



vrijdag 29 april 2016

Wie meent te staan .......


Begin dit jaar waren er twee programma’s op t.v. waarin een groep Nederlanders werd geconfronteerd met de nood van anderen. In het ene - Rot op naar je eigen land - volgden vijf jonge mensen het spoor terug van twee jonge, Syrische vluchtelingen, vanuit Nederland - waar één van de twee aanspoelde en begraven werd - via de Jungle in Calais, Italië en Turkije naar Jordanië.
In de andere serie werden de deelnemers - vijf mensen van verschillende leeftijden -  met steeds heftiger vormen van armoede geconfronteerd. Eerst werden ze ondergebracht in een klein huurwoninkje, waarvan vervolgens eerst gas en licht werd afgesloten, en dat toen werd leeggehaald door een deurwaarder. Tenslotte werd de hele groep op straat gezet. Na een nacht in een koude caravan volgde er ook nog een op straat. Maar toen waren de drie mannelijk deelnemers al afgehaakt; alleen de twee vrouwen brachten de laatste nacht hongerig en verkleumd door in een verlaten winkelcentrum.

Die tweede serie heette Armoede in Nederland Eigen schuld! Met een uitroepteken dus, geen vraagteken. Het geeft de opvatting weer van twee van de vijf deelnemers aan het programma: armoede bestaat niet in Nederland, en als je toch aan de grond komt te zitten, is dat omdat je foute keuzes hebt gemaakt. Dat er soms omstandigheden zijn waarop je zelf niet of nauwelijks invloed hebt, wilde er bij hen niet in. Ze waren zelf geslaagd in het leven, of in ieder geval bezig te ‘slagen’,  en als zij dat konden, moest het anderen ook lukken. Armoede in Nederland: eigen schuld, dikke bult!

In 2008 verscheen het  boek Van miljonair tot krantenjongen van Sander de Kramer, voormalig redacteur van de Straatkrant en nu t.v.-presentator. De titel is een variant op de aanduiding voor ‘The American Dream', de opvatting, of het geloof, dat iedereen door hard te werken op kan klimmen van krantenjongen (dat wil zeggen: iemand die op straat losse nummers verkoopt van een dagblad) tot miljonair. Dat is hard werken, maar als je het wilt, kan het. Sander de Kramer laat zien dat het omgekeerde ook zo maar kan gebeuren: dat je van geslaagd en goedverdienend burger van de maatschappelijke ladder naar beneden kunt tuimelen en eindigt als straatkrantverkoper, om zo de paar euro’s die je moet betalen voor het slaaphuis van het Leger des Heils bij elkaar te schrapen. Vaak was het een traumatische situatie in de privé-sfeer - een partner of kind dat overleed, bijvoorbeeld - , soms ook een faillissement de aanleiding van de val.
Gelukkig zijn de gevolgen niet voor iedereen zo rigoureus. Er zijn ook mensen die ‘alleen maar’ in de schulden raken door de crisis, ontslag, gezondheidsproblemen. En die ‘alleen maar’ hun koopwoning kwijtraken en met een forse restschuld achterblijven, of anderszins een flink aantal jaren van minder dan een bijstandsinkomen moeten leven.

Christenen leerden het van Paulus: wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle (1 Kor. 10:12).  Dat geldt voor vallen in zonde - Paulus noemt ontucht, afgoderij, opstandigheid - maar ook voor armoede. Het geldt zelfs voor het ‘vluchtelingschap’; niets garandeert ons dat we op enig moment zelf niet aangewezen zullen zijn op de barmhartigheid van anderen.
Christenen leerden het van Jezus’ woorden én van Zijn ‘daden’: om met ontferming bewogen te zijn, om te helpen; als de mensen in nood onschuldig is, maar óók als zijn nood hem wel te verwijten valt. Want die laatsten zijn er natuurlijk wel. Maar voor Jezus maakte het niet uit; Hij genas, bevrijdde, voedde en onderwees hen allemaal. Als Hij iets zei over schuld, was het veelal achteraf (zondig van nu af niet meer).

Pas op dat je niet valt! En laat je houding tegenover mensen die wél vielen - schuldig of onschuldig - bepaald worden door het besef dat het jou ook zomaar kan overkomen.

Geplaatst  in Kerk op Dordt jaargang 7, nummer 19,  d.d. 29 april 2016, p. 32









donderdag 17 december 2015

Beschikken

Dit jaar kwamen er betrekkelijk veel vluchtelingen naar ons land. Daar is van alles over te zeggen en gezegd (en geroepen, en geschreeuwd), maar het gaat me nu even om de volgende overweging: zou het kunnen zijn dat de Here God deze mensen naar ons toe brengt omdat we zo spaarzamelijk  gehoor hebben gegeven aan Zijn opdracht om naar hen toe te gaan. Ja, we gingen er wel heen, maar toch vooral om er aan te verdienen; we noemden  hun landen niet voor niets wingewesten.
Pastor Edgar, de Iraanse predikant die sprak op de Open Doorsdag van 28 november j.l., ziet het ook ongeveer zo: “Westerse christenen komen landen in het Midden-Oosten vaak niet in, om daar te evangeliseren. Maar God stuurt hen [de vluchtelingen, w.a.] hierheen. Ziet de kerk dat dat een kans is, dat daar een taak ligt?”

Een paar weken geleden was er een prachtige bijeenkomst waarin een onderzoek werd gepresenteerd naar de internationale kerken (voorheen ook wel migrantenkerken genoemd) in Dordrecht. De stad blijkt er een dertigtal te herbergen en waarschijnlijk is het merendeel daarvan voor veel blanke kerkgangers volkomen onbekend (en daardoor ‘onbemind’).
Maar waar het nu even om gaat is dit. Behalve de onderzoekster, Ditta Westerbeke, spraken op deze avond Arnold van Heusen en Dele Olowu; behalve Nigeriaans predikant is hij ook stadsgenoot. De eerste schreef over de laatste: “Oluwu is moderator van een Afrikaans kerkgenootschap dat in tien Europese landen vele plaatselijke gemeenten heeft en om te zien hoe hij zich aan de kant van de Nederlandse kerken schaarde om sámen de vluchtelingen te hulp te schieten - dat was prachtig!”
Zelf vertelde Van Heusden over een Armeens lid van zo’n internationale kerk die hij een lift gaf.  “‘Ik denk wel eens dat God ons misschien hierheen stuurt om jullie te helpen, om de kerk te helpen’  zegt hij zachtjes ‘vind je dat een goede gedachte?’”

In de bijbel lees ik regelmatig dat God ‘beschikt’ (van: de mens wikt, God beschikt). Soms letterlijk; zie bijvoorbeeld oudere vertalingen van het boek Jona. Daar ‘werpt’ God een grote wind op de zee en hij ‘beschikt’ een vis om de gedeserteerde profeet terug te halen, alsmede een boom en een worm om hem een lesje te leren. Maar ook op andere plaatsen zien we hoe Hij dingen gebruikt. Soms zijn dat ook foute dingen - en die blijven fout, zondig, en verwijtbaar - die Hij in Zijn dienst stelt voor iets goeds; denk aan de zonen van Jakob die hun broer als slaaf verkopen en het verraad van Judas. Of aan de vervolging in Jeruzalem, kort na Pinksteren: het zorgt ervoor dat de tweede fase van de driedelige zendingsstrategie (Jeruzalem - Judea en Samaria - de einden der aarde) in werking treedt: de gemeenteleden werden verspreid (SV, terecht: ’verstrooid’; het Griekse sperma zit in het werkwoord) over Judea en Samaria en verkondigden daar het evangelie, zie Handelingen 8:1-4.

Zou het kunnen zijn dat God aan het beschikken is; dat hij ons, Westerse, krimpende en veelal lauwe kerk een nieuwe kans geeft om te doen en te zijn waartoe Hij ons geroepen heeft, waartoe we kerk zijn: door de volkeren bij ons te brengen om hen het goede nieuws te brengen van de Zoon van God die arm werd, vluchteling zelfs, om ons rijk te maken. Én om in deze vluchtelingen en vreemdelingen Hemzelf te herbergen, natuurlijk.
En zou het kunnen zijn dat Hij broeders en zusters aan ons heeft gegeven uit andere culturen en met kennis van andere talen om ons daarbij te helpen. Of andersom natuurlijk: om ons, als ‘waterputters en houthakkers’, de gelegenheid te geven deze internationale christenen te helpen de Grote Opdracht uit te voeren.

Ik denk dat het best zou kunnen, en dat we in ieder geval ook zó naar het zo genoemde vluchtelingenprobleem moeten of mogen kijken. Want God beschikt!

Geplaatst  in Kerk op Dordt jaargang 6, nummer 24  d.d. 18 december 2015