dinsdag 24 september 2013

Maar leggen ze ook eieren???

De Allerhoogste echter woont niet in wat men met handen maakt (Hand. 7:48, vgl. 17:24)


… het verborgene van zijn hart komt aan het licht en hij zal zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden, dat God inderdaad in uw midden is (1 Kor. 14: 25)


Ook deze zomer zullen veel vakantiegangers weer de nodige kerken ‘in den vreemde’ bezoeken; soms om er een dienst van de plaatselijke gemeente bij te wonen, maar veel vaker om de interessante aspecten van het gebouw te bewonderen. Veel van het ‘gedoe’ rond die kerkgebouwen doet mij denken aan een verhaal, dat ik ooit tegenkwam. Ik heb het niet terug kunnen vinden, maar meen me ter herinneren dat het uit een nummer van de Strijdkreet  kwam. Het ging ongeveer als volgt:

Een Amerikaanse vrouw, nogal een nuchter type, ‘deed’ met een gezelschap Europa. In het Vaticaan vertelde  de gids die het gezelschap rondleidde vol trots dat de kippen die er rondscharrelden rechtstreeks afstamden van de haan die gekraaid had toen Petrus Jezus drie maal had verloochend. “Maar”, vroeg onze hoofdpersoon, “leggen ze ook eieren?”
Later die week bezichtigde het gezelschap  St. Pauls’s Cathedral in Londen. Hier vertelde een gids, eveneens vol trots, welke koninklijke personen, admiraals en andere beroemdheden er in de kerk begraven lagen. Onze toerist had echter opnieuw een vraag: “Maar komen hier ook mensen tot geloof?”

Misschien wat eenzijdig, maar volgens mij is het wel de vraag waar het om gaat; bij kerkgebouwen, bij gemeenten én bij individuele christenen: de vraag naar de ‘vruchten’. De christen en de christelijke gemeente die geen lichtdrager is, geen zout der aarde, zo zegt Jezus snoeihard, “deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden” ( Mt. 5:13). En ook de samenkomst van de gemeente wordt door Paulus getoetst aan de hand van de vraag of ‘buitenstaanders’ (toehoorders of ongelovigen) verstaanbare en relevante dingen horen die hen ertoe brengen die te be-amen en zich ter aarde te werpen, God te aanbidden en te belijden dat God op deze plek “in het midden” is. 

Zo is ook een kerkgebouw niet per definitie een godshuis: komen er ook mensen tot geloof, leren mensen tot hun heil Jezus Christus kennen als hun Verlosser. Anders staat zo’n gebouw alleen maar oud en – in het gunstigste geval – interessant te wezen. En als het niet interessant genoeg is, wordt het een winkel, appartementencomplex, horecagelegenheid of nog iets anders.

God woont niet in wat met handen is gemaakt, benadrukken Stefanus en Paulus. Ze hebben het dan over tempels; respectievelijk over de tempel in Jeruzalem en de heidense tempels in Athene. Joden én heidenen moeten zich daar niet te veel op richten: God is er niet aan gebonden; Hij woont temidden van Zijn gemeente; dát is zijn lichaam. God is daar, waar twee of drie vergaderd zijn in zijn Naam. En dat staat los van de vraag waar die twee of drie (of méér, natuurlijk) samenkomen. Want terwijl duizenden kerkgebouwen gesloten worden als huis van gebed,  vergadert God zijn gemeente in woonkamers, aula’s van scholen, parkeergarages (denk aan de Bijlmermeer), en bedrijfsgebouwen op industrieterreinen.

Een praktisch gebouw om als gemeente samen te komen, is iets om dankbaar voor te zijn. En als het dan ook nog een mooi gebouw is, mag je je daar ook gerust over verheugen. Maar de hamvraag voor de gemeente blijft toch: maar leggen ze ook eieren? Is wat er in en om het gebouw gebeurt, ook vruchtbaar, dienstbaar aan de komst van Gods Koninkrijk?  Komen er hier ook mensen tot geloof.

En als u op vakantie een mooi, oud kerkgebouw bezichtigt, geniet er dan van. Maar doe het niet zonder een gebed voor de gemeente die er (hopelijk) op de Dag des Heren samenkomt: dat ze het gebouw dienstbaar zal weten te maken aan de opdracht die God gaf: Maak alle volkeren tot mijn discipelen.

Meditatie in het kerkblad Hervormd Dordrecht, nr. 14, 9 juli 2004

De wil des Heren geschiede



En toen hij niet te overreden was, hielden wij ons stil en zeiden: De wil des Heren geschiede 

Handelingen 21:14


Bij gesprekken over het lijden, of over het Onze Vader, blijkt dat veel christenen het gebed ‘Uw wil geschiede’ nogal fatalistisch, nogal ‘lijdelijk’ opvatten: het gaat erom dat je zover komt dat je je neerlegt bij het leed wat je overkomt, want het is de wil van God. Dat moet het wel zijn, anders was het niet gebeurd.
Maar via engelse vertalingen (en straks ook via de NBV, en al eerder via de uitlig in de Heidelbergse catechismus, antw. 124) ontdekken we wat het gebed bedoelt: Thy will be done: laat (op aarde) uw wil worden gedaan (zoals dat ook in de hemel het geval is).

In Handelingen 21 komen de reisgenoten van Paulus (waaronder Lucas) en gemeenteleden uit Caesarea tot de bovengenoemde uitspraak na een discussie met Paulus. Aan het einde van zijn 3e zendingsreis koerst die namelijk rechtstreeks op Jeruzalem aan. Langs verschillende kanalen is hij al op de hoogte gebracht van hetgeen hem daar te wachten staat: verdrukking, boeien, lijden. De Geest heeft hem rechtstreeks op de hoogte gebracht (20:23), maar ook mensen met de gave van profetie hebben het hem gezegd. In Tyrus gebeurt dat door ‘discipelen’, die kennelijk de profetische boodschap die de Heilige Geest hen doorgaf (in Jeruzalem staat Paulus lijden te wachten), aanvullen met, of vervangen door hun eigen conclusie: niet gaan! (21:4). In Caesarea komt er nog een echte profeet uit Jeruzalem, Agabus,  en hij geeft niet alleen zijn boodschap door, maar – net als veel oudtestamentische profeten – illustreert hij dat met een symbolische handeling: hij bindt zijn handen en voeten vast met de gordel van Paulus. En namens God (dit zegt de Heilige Geest, vergelijk het ‘Zo spreekt de HERE’ van de profeten in het Oude Testamant) geeft Agabus dan zijn boodschap door: zo zal de eigenaar van de gordel in Jeruzalem worden gebonden (21:11).

Opnieuw laait dan de discussie over de toepassing op. Als je weet dat je lijden te wachten staat in Jeruzalem, moet je er dan niet heengaan of juist wel. Van vele kanten is de conclusie: niet gaan! Maar Paulus maakt een andere afweging. In de woorden van Okke Jager: 
 “Paulus heeft eerst naast elkaar geschreven:
Jezus en in Caesarea blijven.
Jezus en naar Jeruzalem gaan.
Toen ging hij kijken: waar rijmt het en waar rammelt het? Dan kun je zeggen: Jezus en naar Jeruzalem gaan, dat rijmt op elkaar, want we zien Jezus ook voortdurend ook onderweg naar Jeruzalem. De dienaar is niet meer dan zijn Heer, die gezegd heeft: ‘Zij hebben mij vervolgd, ze zullen ook jou vervolgen’. Dat gaf voor Paulus de doorslag. In overgave aan Christus ging Hij de onderste weg.”
Tegenover de oudsten uit de gemeente in Efeze had Paulus zich in deze zin uitgelaten: En zie, nu reis ik, gebonden door de Geest, naar Jeruzalem, niet wetende wat mij daar overkomen zal, behalve dat de Heilige Geest mij van stad tot stad betuigt en zegt, dat mij boeien en verdrukkingen te wachten staan. Maar ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf, als ik slechts mijn loopbaan mag ten einde brengen en de bediening, die ik van de Here Jezus ontvangen heb om het evangelie der genade Gods te betuigen. (Hand. 20:22-24). In Caesarea herhaalt hij dan nog eens: Want ik voor mij ben bereid, niet alleen gebonden te worden, maar ook te sterven te Jeruzalem voor de naam van de Here Jezus. (21:13).

Als de gesprekspartners van Paulus merken dat hij niet te overreden is, houden ze zich stil: De wil des Heren geschiede; de wil van God worde gedaan. Zij, én Paulus, vallen daarin Jezus bij. In zijn eerste boek heeft Lucas beschreven hoe Hij in de hof van Gethsémane worstelde met God: Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van Mij weg; doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede! (Lucas 22:42). In navolging van Hem zegt Paulus Hem dat na, neemt Hij zijn kruis op om Jezus te volgen.

Dat kruis is níét het kruis uit: ieder huisje heeft z’n kruisje. In die uitdrukking gaat het lijden dat je overkomt; je hebt geen keus. Maar het kruis van Christus, van de navolging, kún je ook laten liggen. Je moet het echt op je nemen, daarvoor kiezen, omdat je Jezus wilt volgen. Of niet, natuurlijk, omdat het te zwaar is, te lastig, omdat het te veel kost.
Wie bidt: Uw wil geschiede, doet dat in het verlangen dat datgene zal worden gedaan (ook aan en met en door hem- of haarzelf) waardoor Gods Koninkrijk wordt gebouwd; het gebed staat niet voor niets vlak achter Uw Koninkrijk kome. Dat Koninkrijk krijgt gestalte als op deze aarde de wil van God wordt gedaan, zoals het in de hemel al volkomen gestalte gekregen heeft omdat daar Gods wil ‘heilig’ is, Gods wil wet is. Jezus verlangde daarnaar; daarom kwam Hij naar de wereld, daarvoor stierf Hij aan het kruis, daarvoor overwon Hij de dood. Paulus, en na een uitvoerige discussie ook zijn gesprekspartners, deelden zijn verlangen en nemen het gebed over: de wil des Heren geschiede.

Nu wij nog!


Meditatie in het kerkblad Hervormd Dordrecht, nr. 21 2004








Niet (alleen) voor bruiloften en partijen




Maar eerst wijs ik u een weg die nog voortreffelijker is.  (…)
Had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. (…)
De liefde is geduldig en vol goedheid. De Liefde kent geen afgunst, gen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan ….                                
                                                                  1 Kor. 12:31b, 13:2d, 4, 5


Hij blijkt echt te bestaan (google maar na): een top 10 voor ‘uitvaartliederen’. Welke muziek wordt het vaakst gedraaid tijdens uitvaartplechtigheden. Jarenlang stond  Mieke Telkamp  met Waarheen, waarvoor?   Op nummer 1, maar inmiddels is zij royaal ingehaald door artiesten als Marco Borsato, Frans Bauer en André Hazes;  het Ave Maria schijnt ook bij protestanten en mensen die ‘ niks’ zijn, populair te zijn.
Ik weet niet of er ook zo’n top 10 bestaat met favoriete bijbelteksten voor trouwdiensten, maar ik verwacht dat 1 Kor. 13 dan onveranderd hoog zou staan, waarschijnlijk al decennialang op nummer 1. Want kun je nu iets mooiers verzinnen op je trouwdag: een hoofdstuk dat alleen maar over de liefde gaat, waar de liefde als het ware vanaf druipt. En waar zou het op een trouwdag anders over moeten gaan.

Toch zit daar ook een gevaar in. Het gevaar namelijk dat we uit het oog verliezen in welke situatie Paulus deze woorden schreef. 1 Kor. 13 is onlosmakelijk verbonden met de rest van de brief, en in ieder geval met hoofdstuk 12 en 14. Daarin gaat het om de manier waarop  de gemeente in Korinthe omgaat met de gaven van de Geest, de charismata. Die zijn op de manier waarop ze gehanteerd worden bepaald niet tot opbouw van de gemeente. Zo zijn we wel  bedoeld, maar in Korinthe hebben ze voor een tweedeling gezorgd. Mensen met ‘ bijzonder gaven’  (genezing, spreken in tongen) beroemen zich daarop en voelen zich ver verheven boven hen die die gaven niet bezitten. En die anderen zijn geneigd het met het eens te zijn: “Ik ben geen oog, dus ik hoor niet bij het lichaam”  zeggen zij (zie hoofdstuk 12).

Het is niet het enige conflict in de gemeente. Paulus schrijft er een lange brief aan omdat er heel  veel mis ging in deze stadsgemeente. Een kleine groep in een grote havenstad, weer onderverdeeld in een aantal huisgemeente, wordt vermaand en onderwezen over haar leer en leven: er zijn ‘partijschappen’ (ik ben van Paulus, ik van Apollos), over de ‘ ware wijsheid’ (het kruis), over incest-achtige toestanden, over recht zoeken bij ongelovigen, over misstanden bij het Avondmaal en – last but not least – over ontkenning van de opstanding van Christus.

In  die context schrift Paulus dan over een weg die ‘ voortreffelijker’ (NBV) of ‘ uitnemender’ (SV) is, die ‘nog veel verder omhoog voert’  (NBG). Na deze laatste woorden uit hoofdstuk 12  mag u een dubbele punt lezen in plaats van een punt en in één adem doorlezen in hoofdstuk 13. 1 Kor. 13 is in de eerste plaats bestemd voor een gemeente waar de zonde en de dwaalleer welig tieren. En met betrekking tot de charismata maakt Paulus dan duidelijk dat die er helemaal bij horen (hij gooit niet met het badwater ook het kindje weg), maar dat ze inhoudsloos, niets zijn – veel geschreeuw en weinig wol – als ze niet worden gepraktiseerd worden in en met liefde.

En die liefde is dan heel praktisch; toegespitst op mensen die elkaar helemaal niet zo liggen, soms zelfs bestrijden, die elkaar maar moeilijk kunnen liefhebben. Tegen hen zegt Paulus: die liefde die jullie gemeente-zijn mag en moet kenmerken, is geduldig (als de ander wat meer tijd nodig heeft om de ‘ rechte weg’ te vinden), niet afgunstig (als iemand een meer bijzondere gave is geschonken dan mij), kent geen ijdel vertoon en zelfgenoegzaamheid, is niet grof en zelfzuchtig: alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.

1 Kor. 13 mag je ook lezen op een trouwdag, vooral met het oog op de jaren die – hopelijk – volgen: als die ander toch ook wel een flink aantal irritante trekjes blijkt te hebben, bijvoorbeeld. Maar laten we het  alsjeblieft niet beperken tot bruiloften en partijen. Het is een hoofdstuk voor het alledaagse leven, in ieder geval voor het alledaagse ‘ gemeenteleven’ .

Meditatie in het kerkblad Hervormd Dordrecht, nr. 15, 31 juli 2009

Het lijden van Jezus RECHT BETRACHTEN - hoe doe je dat?


… de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem …
(Jesaja 53:5c, SV, NBG en Naardense Bijbel)



Voor mij ligt een (scheurkalender) voor de Veertigdagentijd met als titel: ‘Recycle your mind: Anders denken, anders leven’ en als nadere aanduiding: ‘40 dagen vasten voor een duurzame levensstijl’. De periode van bezinning en vasten, waarin het lijden van Christus centraal staat, wordt dus gekoppeld aan vasten om je te bezinnen op een andere levensstijl: minder consumptief, minder vervuilend, minder onrechtvaardig. En dat is - voluit - een goede zaak! Want we zitten nogal aan wat zaken vast.

En toch, en toch: is dat nou het lijden van Jezus ‘recht betrachten’ (in wat eigentijdser Nederlands: het lijden van Jezus op een goede manier in acht nemen, recht doen).  Want daar bidden we om met Gezang 177 uit het Liedboek voor de Kerken: ‘Leer mij, o Heer, uw lijden recht betrachten’. Heb ik Zijn lijden recht gedaan met een tandje minder consumeren, of gaat het (ook) om iets anders?



Voorop staat, en voorop gaat dat Jezus lijdt en dat dat nodig is voor mijn behoud. In het overbekende Jesaja 53 is dat de boodschap. Het gaat daar om mijn ziekte, mijn zonde, mijn wandaden, mijn afdwalen, én om de oplossing, mijn welzijn, mijn genezing, mijn vrede. En het gaat om de prijs die de ‘lijdende dienaar van de HEER’ daarvoor moest betalen: zijn lijden, zijn verstoten, getuchtigd en doorboord worden, zijn striemen. Om de straf die Hij droeg voor mijn zonde, mijn schuld.



Dat lijden hoef ik niet over te doen. Maar als ik het ‘recht betracht’, kan het niet anders of het brengt me tot een andere houding, een ander gedrag. Tegenover God, tegenover mijn naaste (lees – bijvoorbeeld – nog eens de vermaningen die Paulus geeft Romeinen 12 ‘met een beroep op de barmhartigheden Gods’; met die uitdrukking grijpt hij ook terug op wat Jezus deed voor schuldige mensen, zie Rom. 3) en ook tegenover Gods goede schepping. Ook in de manier waarop in consumeer, of liever: ‘consuminder’. 



Of, met het voorlaatste vers van het gezang waar ik mee begon (177:6):



Daar Ge U voor mij hebt in de dood gegeven

Hoe zou ik naar mijn eigen wil nog leven?

Zou ik aan U voor zulk een bitter lijden

Mijn hart niet wijden?

Meditatie in het kerkblad Kerk op Dordt, jaargang 1 nr. 5, 5 maart 2010

donderdag 19 september 2013

Geen beweging in te krijgen






Waarmee zal ik de mensen van deze generatie vergelijken? Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen:  “Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen,  toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet rouwen.”
Matteüs 11: 16b, 17

Jezus spreekt deze woorden na een stukje onderwijs over Johannes de Doper (de verzen 2 tot en met 15). Johannes was de woestijnbewoner, de asceet, de boeteprediker; hij sprak over het oordeel, over de bijl die aan de wortel van de boom lag, klaar om gebuikt te worden om de boom om te hakken. En over bekering, de noodzaak om te draaien,  om zo het oordeel te ontgaan. Zijn levenswijze, en misschien ook wel zijn prediking bracht, de schare tot het oordeel dat hij door een demon – een boze, duivelse geest - bezeten moest zijn.

Jezus zelf was heel anders. Net begonnen aan zijn publiek optreden trok hij een week uit voor een bruiloftsfeest , maakte daar een paar honderd liter hele beste wijn en sloeg geen uitnodiging voor een maaltijd af; het maakte hem niet uit wat voor reputatie de gastheer had. Hij wordt beoordeeld als  een zuiplap en een veelvraat. En daarmee zeggen zijn criticasters  eigenlijk:  Hij had al veel eerder gestenigd moeten worden, zo staat het immers in de wet (Deut. 21:20). En in ieder geval: blijf bij Hem vandaan; waar je mee omgaat, daar word je mee besmet. Hij zorgt er voor dat jij ook in de goot eindigt. (Spreuken 23:20,21).

Jezus deugt niet en met Johannes is het ook niet pluis. Maar ondertussen blijven de hoorders van Jezus (‘dit geslacht’) zelf blijven schot. Ze werden door Johannes de Doper opgeroepen zich te bekeren, een nieuw leven te beginnen. Maar net als de kinderen die door hun vriendjes worden uitgenodigd om mee te doen met ‘begrafenisje spelen’, geven ze niet thuis; te druk, belangrijker dingen aan hun hoofd, te groot voor zulke spelletjes; verzin het maar. En ze zijn ook niet in beweging te krijgen voor een veel vrolijker spel: ‘bruiloftje’. De kinderen hebben beide soorten stoeten vaak langs zien komen en het lijkt ze geweldig het na te spelen. Maar ze krijgen nul op het rekest. Zo ook waren  grote delen van het volk niet in beweging te krijgen; door de boeteprediker Johannes niet, en door Jezus boodschap van liefde, vergeving en genade niet.

Zo karakteriseert Jezus zijn ‘geslacht’; de vraag is of het huidige - wij dus -  zoveel anders is. Krijgt God, krijgt het evangelie ons nog in beweging? Over een paar weken begint ook het kerkelijk ‘bedrijf’ weer volop te draaien. Maar de vraag die we ons voor die tijd zouden kunnen stellen is, wat ons werkelijk ‘beweegt’ en in beweging zet.


Meditatie in het kerkblad Kerk op Dordt, jaargang 4, nr. 16, 16 augustus 2013