zondag 19 september 2021
Vragen bij 'Dat mag gewoon niet'
dinsdag 29 juni 2021
Van weinig nut
Op de lagere school die ik lang geleden bezocht zaten ook kinderen die niet mee mochten doen met de gymles. Want had de apostel Paulus niet gezegd dat de oefening van het lichaam “van weinig nut” is (de NBV is iets positiever: het heeft “wel enig nut”; 1 Tim 4:8). Als u dit nummer van Kerk op Dordt ontvangt zitten we middenin de sportzomer waar we allemaal, zo las ik, naar hebben gesnakt. Dus goed om eens wat verder na te denken over de uitspraak van Paulus.
Er is in ieder geval veel lichamelijke oefening waarvan het nut zeer betrekkelijk is. Dat is vooral die waar 99,9% van de betrokkenen alleen maar naar kijkt, al dat niet met een pilsje en zak chips onder handbereik. Maar om dat ons voor te kunnen schotelen, gaat er ook nog heel veel mis. Daarbij blijkt ook hier geldzucht de wortel van veel kwaad te zijn.
Zo was er afgelopen voorjaar heel even sprake van een nieuwe voetbalcompetitie, de Super League, waardoor een twaalftal miljoenenclubs miljardenclubs wilden worden. Dat terwijl in 2019 de 10 bestverdienende voetballers al 1.7 tot 8.4 (Messi) miljoen euro per maand verdienden. Gelukkig wisten de woedende fans van een aantal beoogde Super League-clubs het plan te torpederen. Verder ging het opnieuw even over Qatar, een land met weinig of geen voetbalhistorie, dat de organisatie van het wereldkampioenschap heeft gekocht en nu arbeidsmigranten uit o.a. India, Pakistan en Nepal onder erbarmelijke omstandigheden de benodigde stadions laat bouwen; alleen al uit die landen zijn daarbij 6.500 arbeiders omgekomen.
Dan kwam er ook een rapport naar buiten over de turnsport. Om hele jonge talentvolle pupillen - vooral meisjes - tot grote prestaties te brengen, werden ze soms uitgehongerd en uitgescholden om klein te blijven, “in de zin van licht en gehoorzaam”.
Meest recente dieptepunt als ik dit schrijf: de UEFA die eist dat het Deense elftal doorspeelt óf verlies accepteert als net een van haar spelers met een hartstilstand is afgevoerd naar het ziekenhuis en dus in levensgevaar verkeert. The show must go on, en de Tour wacht op niemand!
Duurzaam is veel sport ook niet echt. Denk alleen al aan alle meuk, van juichcapes tot oranje wc-papier, die supermarkten ons proberen aan te smeren rondom het EK. En toen de start van de Tour de France in 2015 in Utrecht plaatsvond, moest die gemeente zorgen voor 2.000 parkeerplaatsen; zoveel auto’s rijden er dus voor, tussen en achter de 200 fietsers. En dan nog even de Formule 1: kijkt u daarvoor de aflevering van Makkelijk scoren (mijn favoriete sportprogramma) van 24 februari 2019 eens terug.
Maar lichamelijke oefening heeft volgens de apostel dus wel enig nut. En hoewel dat waarschijnlijk niet is waaraan Paulus dacht, is dat in onze tijd in ieder geval de zorg voor ons lichaam. Dezelfde Paulus die aangeeft dat lichamelijk oefening van weinig nut is, noemt ook het lichaam een tempel van de Heilige Geest. Hij doet dat weliswaar als hij het heeft over ontucht, maar dat blijft mijns inziens ook waar als het over een ander ‘lichamelijk onderwerp’ gaat. Voor Paulus zelf was dat overigens geen punt: als hij op (zendings-)reis ging, was hij aangewezen op weinig comfortabele vrachtschepen óf de benenwagen. En met de afstanden die hij aflegde, is er weinig kans dat zijn ‘doorn in het vlees’ overgewicht c.q. obesitas was.
Er zit nog een andere nuttige kant aan sport. Godfried Bomans schrijft over een schaker die hem kwam vertellen “dat hij zo mooi verloren had. Hij had genoten van een combinatie, waarvan hijzelf het slachtoffer was.” En inderdaad: zo is sport van grote betekenis, van ‘veel nut’.
dinsdag 26 januari 2021
Sorry ……..
Tussen alle terugblikken en lijstjes die in de laatste week van 2020 langskwamen in de media bevond zich ook de ‘Sorrylijst’: een overzicht van - min of meer - geruchtmakende excuses voor gemaakte fouten. Daaronder minister Grappernaus over zijn huwelijksdag, BN-er Famke Louise over de uitspraak dat ze niet langer meedeed aan het opvolgen van de coronaregels en de koning over zijn 1-daagse vakantie in Griekenland. Maar op de lijst staan ook grotere dingen, excuses namens ons allemaal: dezelfde koning over onze rol als kolonisator in Indonesië en ‘de kerk’ over de passieve houding ten aanzien van de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. (Wie zich afvraagt of dat wel kan, schuld belijden voor iets wat gebeurde in een tijd dat je zelf nog niet geboren was, doet er goed aan na te lezen hoe Daniel, zelf een voorbeeld van oprechte vroomheid en toewijding aan God, schuld beleed voor de afval van het volk; zie Dan. 9).
Schuld belijden, excuses aanbieden - beter: vergeving vragen - over fouten die in het verleden zijn gemaakt, is belangrijk. Maar nóg belangrijker lijkt het me om na te denken over de vraag welke dingen we nu doen - of laten gebeuren - waarvoor we later schuld moeten belijden, sorry moeten zeggen. Twee voorbeelden.
Linda Polman schreef een boek met de titel Niemand wil ze hebben. Die titel is gebaseerd op een triomfantelijke kop in een Duitse krant in juli 1938. In het Franse kuuroord Evian werd een internationale conferentie gehouden over de vraag wat men aan moest met het grote aantal joden dat weg wilde uit nazi-Duitsland. Dit was dus de conclusie: Keiner will sie haben. Joden op de vlucht zijn nergens welkom.
In haar boek laat Linda Polman zien dat de argumenten die destijds werden gebruikt om joden te weren precies dezelfde zijn als nu worden aangevoerd om duizenden vluchtelingen aan de randen van Europa (Moria op Lesbos is maar één van de vele kampen) én in de rest van de wereld te laten creperen: gevaar voor de nationale veiligheid, de vluchtelingen hebben andere normen en waarden, ze pikken ‘onze’ banen in, enzovoort. Op 4 mei j.l. werden in Amsterdam twee indrukwekkende toespraken gehouden, maar toen het later in het jaar over de kinderen van Lesbos ging, was het besluit toch dat we ze niet wilden hebben.
Het tweede voorbeeld is de slavernij. Mede door de Black lives matter-protesten is in het afgelopen jaar bij velen het besef doorgedrongen dat er alle reden is ‘sorry’ te zeggen tegen de nakomelingen van 'tot slaaf gemaakten'. En om na te denken over de vraag of er nog wat recht gezet moet worden. Op de Amsterdamse grachtengordel, maar bijvoorbeeld ook in Vlissingen, zijn prachtige panden gebouwd met geld dat is verdiend met de slavenhandel. We beschouwen dat nu als een grof schandaal, maar ondertussen is er wereldwijd nog steeds sprake van slavernij, en het is een hele kunst om er niet ook van te profiteren.
In het materiaal voor de Micha-zondag van afgelopen jaar, met slavernij als thema, stond ook een schuldbelijdenis. Daarin wordt - met de wat vlakke woorden ‘het spijt me’ - vergeving gevraagd voor de pakjesbezorger die geen tijd meer heeft voor zijn gezin, de arbeidsmigrant die met zestien anderen in een flatje is gepropt, het kind dat de coltan uit mijn smartphone opgroef, de moeder die om middernacht mijn t-shirt naaide, de vader die mijn koffiebonen plukte en al een jaar niet naar huis mag en de arbeider die het gif inademde van de verf op ons speelgoed. Wie geen slaven in dienst heeft, mag zijn vinger opsteken.
Wie zijn overtredingen (…) belijdt én nalaat, zal barmhartigheid verkrijgen (Spreuken 28:13).
vrijdag 4 december 2020
Geef de straat terug aan de fietser

De Fietsersbond vraagt, zeer terecht, om de straat terug te geven aan de fietser (ND 30/11). Daarom lijkt het me goed als de bond, behalve gesprekspartner van de overheden, voorlopig ook een actiegroep blijft.
Maar met fietsen in de bebouwde kom, en soms ook daarbuiten, is nog wel wat meer aan de hand. Dat weet de Fietsersbond natuurlijk veel beter dan ik, maar misschien niet iedere ND-lezer. Vandaar deze reactie.
Ik vraag me bijvoorbeeld al langere tijd af waarom zo ontzettend veel (en steeds meer) fietsers gebruik maken van een stukje weg dat nadrukkelijk niet voor hen bedoeld is, het trottoir. Vermoedelijk is voor velen van hen vooral gemakzucht de reden, en zijn deze weggebruikers er inmiddels zo aan gewend dat ze er helemaal niet meer bij nadenken. Landgenoten die ‘van buiten’ komen zien het wellicht zo vaak gebeuren dat ze ervan uitgaan dat het zo hoort, in ieder geval toegestaan is.
Maar er zijn ongetwijfeld ook veel mensen die het doen omdat ze de rijweg, en daarmee ook de fietsstrook, niet veilig achten. Zodoende kun je op het trottoir eerzame ouders met een kind voor- en/of achterop, en nog één of twee twee zelfstandig fietsende basisscholieren ernaast, tegenkomen.
Voor handhavers hoeven ‘stoepfietsers’ in ieder geval niet bang te zijn. Een ambtenaar heeft me ooit uitgelegd waarom dat is: zeker vóór de coronatijd waren boa’s vooral bezig parkeerbonnen uit te schrijven; de opbrengst daarvan mogen de gemeenten namelijk zelf houden, terwijl betalingen voor andere boetes bij Rutte en Hoekstra terecht komen.
Ik denk dat het ook hoog tijd wordt duidelijk af te spreken voor wie het fietspad nu eigenlijk is, zeker nu er steeds meer soorten voertuigen en voertuigjes (elektrische stepjes bijvoorbeeld) op de weg komen. Het lijkt me geen probleem om de opvolger van de Stint (max. snelheid 17 km.per uur, dus vergelijkbaar met een doorsnee fietser) daar toe te laten, maar het fietspad moet dan wel een stuk breder worden dan het nu vaak veelal is. Verbrandingsmotoren horen er natuurlijk so wie so niet; dus bromfietsen - die er meestal niet mogen komen - en zo genoemde snorfietsen - die er wel mogen komen, maar bijna altijd veel harder kunnen rijden, en dat ook daadwerkelijk doen - geweerd gaan worden
Terecht wordt ook gevraagd om de maximumsnelheid voor auto’s op 30 km. per uur te stellen; dat lijkt me in ieder geval nodig op alle wegen zonder vrijliggend fietspad.En dan niet alleen in de stad, maar ook in alle bebouwde kommen daarbuiten.
Ruimte voor de fiets vraagt een omslag van denken en doen, én waarschijnlijk ook (veel) tijd en geld. Maar een forse eerste stap zetten kan soms snel en goedkoop; dat bewees Parijs in september j.l. Daar werd in enkele dagen 50 kilometer fietspad gecreëerd. Met een paar potten gele verf (ND 16/9)! En in de stad een aantal straten tot fietsroute promoveren - ‘auto te gast’ - hoeft ook niet veel te kosten.
Gepubliceerd in het Nederlands Dagblad van 8 december 2020, pp. 12 en 13.
donderdag 17 september 2020
Laat Jan Spruijt vrij!
De afgelopen jaren heb ik op verschillende manieren geprobeerd aandacht te vragen voor de situatie van tbs-er Jan Spruijt, die naar mijn mening zeer onrechtvaardig wordt behandeld. Zowel bij de politiek en de pers als de Ombudsman ving ik bot. Uiteindelijk wilde ik een petitie indienen, maar dat bleek weer niet mogelijk voor 'individuele gevallen'. Ik zoek verder, maar de toelichting op de petitie die ik had gemaakt, laat ik hier maar staan.
Voor informatie: j.w.aanen@solconmail.nl
Jan wie?
Jan Spruijt. Grote kans dat die naam je niets zegt. Als ik erbij vertel dat hij tbs’er is, kan ik me voorstellen dat je meteen allerlei beelden op je netvlies krijgt, van typetjes à la Michaël P. En dan een pleidooi voeren voor vrijlating?
Sta me toe dat ik de casus toelicht. Neem een paar minuten de tijd voor de nood van een medemens. Ik zal het kort houden.
Eind mei publiceerde de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) een advies met als titel Langdurig in de tbs. Kortweg: Voor een deel van de tbs-gestelden is uitstroom niet mogelijk door aanhoudend delict-gevaar. Er zijn echter ook tbs-gestelden die potentieel wel zouden kunnen uitstromen, maar waarvan de behandeling stagneert door diverse knelpunten. Dit is problematisch omdat naast het voorkomen van recidive, een goede door-en uitstroom van belang is voor een effectief en toekomstbestendig tbs-stelsel.’
Jan Spruijt is een schoolvoorbeeld van iemand die mijns inzien al járen geleden de tbs-kliniek had kunnen en moeten verlaten.
maandag 7 september 2020
De Filistijn, de Tyriër, de Moren

Op internet staat een aandoenlijk youtube-filmpje: een zwarte jongen met een Hollandse naam bespeelt in een duidelijk Hollandse woonkamer een Hammondorgel. Als hij de melodie van Psalm 87 speelt, doet hij dat op ‘hele noten’. Onder het filmpje ook een regel uit deze psalm (in de berijming van 1773, vers 3): De Filistijn, de Tyriër, de Moren….
Ik vermoed dat deze psalm heel vaak gezongen is in diensten waarin geadopteerde kinderen werden gedoopt: wat mooi dat ook zij, zwarte en gele kindertjes, bij God én bij ons mogen horen, in Israël worden ingelijfd. Want Israël associeerden we toch vaak met ‘ons’, de kerk, het volk van God. Zendingsverhalen droegen iets vergelijkbaars uit: dappere blanke man trekt het oerwoud in en onder de klapperboom vertelt hij de gekleurde medemens - veelal aangeduid als negers - over de Here Jezus.
Vooral de vermelding van de Moren droeg aan deze beeldvorming bij: die kenden we uit een kinderliedje over ‘Moriaantje’, die - net als Zwarte Piet - zo zwart was als roet. En natuurlijk uit de geschiedenis van de ‘kamerling uit Morenland’ (in de meeste nieuwere vertalingen wordt die, zeer terecht, aangeduid als een eunuch uit Ethiopië).
Wij, witte christenen in Nederland, doen er goed aan om een aantal dingen voor ogen te houden. Om te beginnen dat wij tot dezelfde ‘categorie’ behoren als de Filistijnen, de Tyriërs én de ‘Moren’. En dat deze volkeren zelfs veel eerder werden bereikt met het evangelie dan onze Germaanse voorouders. Dat geldt sowieso voor de buurvolkeren van Israel, de Filistijnen en de bevolking van Tyrus. Maar ook de kerk in Ethiopië was er al lang - vanaf het begin van de 4e eeuw - toen Bonifatius, rond het jaar 700, in Nederland arriveerde. Dus wie wordt nou bij wie ingelijfd?
Verder goed te bedenken dat de secularisatie in Nederland er vooral is door witte mensen die de kerk vaarwel zeggen, maar dat die stevig geremd wordt door christen-migranten. De precieze aantallen zijn moeilijk te berekenen, maar hun aantal wordt geschat op een miljoen; ongeveer net zoveel als er moslims zijn in Nederland.
Na de gewelddadige dood van George Floyd ontstond er wereldwijd een protestbeweging: Black lives matter, zwarte levens doen er toe. Dat zal in de kerk waarschijnlijk niemand ontkennen, maar het is wel goed te beseffen dat christenen de nodige boter op het hoofd hebben als het gaat om onze zwarte medemens; denk alleen al aan de rol van ons calvinistische land in de slavenhandel. Maar zwarte mensen kunnen ook heel erg gekwetst worden door goedbedoelde opmerkingen. Weet dus hoe zij het gebruik van het ’n-woord’ ervaren, naar Zwarte Piet kijken en zich misschien ook wel ergeren aan de woorden uit het lied Jeruzalem mijn vaderstad (Liedboek 265 resp. 737). Daar gaat het in vers 19 over 'de negers met hun loftrompet’. Willem Barnard, de dichter van het lied, heeft daar ongetwijfeld alleen maar iets heel positiefs mee bedoeld, zoals Godfried Bomans met de beste bedoelingen het ‘negertje Flop’ ten tonele voerde in de Pa Pinkelman boeken, en we allemaal zonder enig racistisch motief Sinterklaas lieten assisteren door een zwarte Piet. Je kunt betogen dat zwarte mensen dat maar moeten begrijpen en aanvaarden. Maar misschien moeten we ons dan eerst eens verdiepen in de gevoelens van de nakomelingen van de ‘tot slaaf gemaakten’; de serie Geboeid kan daar bij helpen.
In Dordrecht mogen we ons verheugen over de aanwezigheid van Wiebe van Horssen van Missie Dordt; naast veel andere zaken die hij oppakt is hij ook betrokken bij het programma Reversed Mission (lees het projectplan). Het kan ons helpen wat meer zicht te krijgen op de breedte van Gods kerk, ook in Dordt.
Geplaatst in Kerk op Dordt jaargang 11, nummer x d.d. xxx 2020


