donderdag 9 januari 2014

Korte preek



Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.
Lucas 4;21

De preek die Jezus hield in Nazareth telt in de grondtekst en in de meest gangbare vertalingen niet meer dan tien woorden.  Goed, er komt wel een vervolg, maar dat is naar aanleiding van reacties van de hoorders. De synagogediensten waarin Jezus het woord voerde, waren kennelijk wat interactiever dan onze kerkdiensten.
Maar ondertussen was de preek wel heel erg veelzeggend en werken ze ook wat uit. Er is aanvankelijk instemming, en na de toelichting in de verzen 23 tot en met 27, grote woede en zelfs een poging op de voorganger van die morgen te liquideren.

Jezus kreeg de boekrol van Jesaja overhandigd en las het begin van wat later het 61e hoofdstuk zou worden. In dat gedeelte van het boek wordt het volk, dat berooid is teruggekeerd uit de ballingschap, moed ingesproken; de profeet is gezalfd met de Geest van God “om verslagen harten hoop te bieden”.  Maar dat goede nieuws wordt ook heel concreet: het gaat om vrijlating voor gevangenen en onderdrukten en om blinden die weer kunnen zien. En dan komt Jezus en zegt: het is zover. Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan. Met andere woorden: Ik ben de vervulling van deze profetie. Met zijn komst is er wezenlijk iets veranderd, is er toekomst, is er hoop voor eenieder die het uit zijn handen wil ontvangen. En in zijn spreken en handelen zien we het werkelijkheid worden: zieken worden genezen, blinden, zien weer, bezetenen worden bevrijd en schuldige mensen mogen vrij ademhalen omdat hen vrijspraak wordt aangezegd.

Maar ook (zelfs) in Jezus tijd werd het niet altijd en overal zichtbaar. Niet bij Johannes de Doper, bijvoorbeeld. Toen hij gevangen werd genomen door Herodes, liet hij aan Jezus vragen:”Bent u degenen die komen zou of moeten we een ander verwachten?” Jezus wijst ook hem op Jesaja 61: vertel Johannes maar dat het allemaal gebeurt: zieken worden genezen, blinden gaan weer zien (Lucas 7:18-23). Alleen de woorden over de gevangenen die worden losgelaten, ontbreken dan in het antwoord. En voor Johannes komt er ook geen vrijlating aan deze kant van het graf: hij wordt onthoofd.

Er is iets wezenlijks veranderd toen Jezus mens werd. Soms wordt het nu al zichtbaar, soms ook niet. Maar we mogen uitzien naar, en bidden om de tekenen van het Koninkrijk, hier en nu, en naar de definitieve doorbraak: Uw Koninkrijk kome.

 Meditatie in het kerkblad Kerk op Dordt, jaargang 5, nr. 2,  17 januari 2014

maandag 30 december 2013

Goede voornemens en goede doelen



Ik weet niet of christelijke instellingen ook aan goede voornemens doen, maar voor het geval dat zo is, weet ik er nog een: stoppen met het verpakken van uitgaande post in plastic zakjes.

Het hele jaar door krijg ik post van diverse organisaties, meestal van christelijke huize, en veelal ‘goede doelen’. Die laatsten sturen steevast een acceptgirokaart mee. Van sommigen krijg ik twee keer per jaar post, van anderen twaalf of meer. Maar bijna allemaal sturen ze in de tweede of derde week van december een exemplaar van hun periodiek, met daarbij een goede wens voor het nieuwe jaar én de onvermijdelijke  acceptgirokaart. Helemaal niet erg: als ik dat niet wil, had ik ze nooit mijn naam en adres moeten geven en/of wat aan hen moeten overmaken.

Maar kennelijk vinden al die organisaties het nodig  om het geheel dan in plastic te verpakken. En zo kan het gebeuren dat ik medio december op één dag een stuk of zeven plastic zakken van de mat raap. Op sommigen van die zakken staat nadrukkelijk vermeld dat het heel erg milieuvriendelijk plastic is, klimaatneutraal enzo. Nu heb ik weinig verstand van plastic, maar volgens mij hoeft dat ook niet om te snappen dat er geen milieuvriendelijker verpakking is dan géén verpakking. En dat kán gewoon. De enkele keer dat mijn omroepblad me zonder ‘meeverpakt‘ reclamedrukwerk wordt toegezonden, staan mijn naam en adres op de achterzijde geprint en wordt het onverpakte blad net zo keurig bezorgd als al die andere weken, als het blad en de folders in plastic worden afgeleverd.

Dus adverteerders kunnen ook wat doen. Als we nou eens afspreken dat zij hun boodschap gewoon in het blad laten opnemen, desnoods laten meenieten met het blad waarin ze willen adverteren. En als de organisaties datzelfde  dan met hun brieven – inclusief acceptgirokaart – doen, hebben we met elkaar in het nieuwe jaar een flinke berg plastic afval bespaard. 

Op 31 december 2013  als  ingezonden artikel geplaatst in het Nederlands Dagblad.




3 argumenten:  Ik ben voor de boycot van verzenders van in plastic verpakte producten

1 Er zijn afzenders die naam en adres op het poststuk printen. Anderen moeten dat ook kunnen.

2 Veranderingen blijken soms snel mogelijk te zijn (denk aan het verbod op gratis plastic tasjes). Als een landelijke milieuorganisatie (of Arjen Lu­bach) het voortouw neemt voor een boycotactie, kan ook deze verandering snel tot stand komen. Als alle Nederlanders die duurzaamheid belangrijk vinden zeggen dat zij hun abonnement of lidmaatschap opzeggen – of niet langer klant of giftgever willen zijn – komt er misschien al eind december alleen maar papier in de brievenbus.

3 Tegelijk kan in dezelfde campagne ook een boycot van producten in onnodige plastic verpakkingen worden meegenomen.

Op 23 september 2017 als  ingezonden artikel geplaatst in het Nederlands Dagblad in de rubriek  .3 argumenten



woensdag 11 december 2013

Piet en Madiba



Het heerlijk avondje is weer voorbij en misschien is dat het goede moment om een poging te doen als ouders of ouderen de kwestie van de huidskleur van het personeel van Zijne  Hoogwaardige Excellentie Sint Nicolaas op te lossen. Want de critici hebben natuurlijk wel een punt. Alleen al de  woorden die heel veel blanke kindertjes, en soms ook hun ouders, vaak gedachteloos zongen of zingen: Ook (sic!) al ben ik zwart als roet, ik meen het wel goed. Dat kan echt niet meer! Net zo min als we met goed fatsoen kunnen (blijven) zingen dat ons ‘neerlands bloed’ vrij is van ‘vreemde smetten’. Maar ook een personeelsbeleid waarbij mensen met een andere huidkleur dan bruin of zwart worden uitgesloten, is zo’n overdadige vorm van  positieve discriminatie dat het naar racisme neigt.

In de week waarin de hele wereld stil staat bij het overlijden van Nelson Mandela zou het moeten lukken om in  ‘zijn geest’, een oplossing te vinden.  Dus zonder dat we elkaar (nog langer) de tent uitvechten hierover, en zonder nog meer tere kinderzieltjes te beschadigen. Want Madiba, ook ‘zo zwart als roet’, meende het niet allen goed, hij deed het ook goed. Zo goed, dat postuum iedereen z’n vriendje is; wellicht Geert W. en consorten uitgezonderd. Het woord dat zijn handelen kenmerkte is 'verzoening'.

Hoe zou dat kunnen? Nou, misschien zo: ieder jaar dreigt er rond de komst van Sinterklaas een ramp, alwaar het Sinterklaasjournaal getrouw verslag van doet. Op het allerlaatste moment - als de boot al in zicht, of zelfs al aangemeerd is - komt er toch een eind-goed-al-goed oplossing. Geheel vrijblijvend en geheel gratis bied ik een scenario aan voor volgend jaar.

Door allerlei omstandigheden zijn er flink wat vacatures ontstaan in het personeelsbestand van Sint Nicolaas. Dus wordt er een advertentie gezet, waarin belangstellende gevraagd wordt te solliciteren naar een functie als Piet. Maar in het functieprofiel worden wel de nodige werkzoekenden uitgesloten. Zo moeten sollicitanten een zwarte of bruine huidskleur hebben, man zijn en lichamelijk kerngezond en goed getraind. Blanken, Aziaten en Indianen zijn dus uitgesloten, net als vrouwen en mensen ‘met een vlekje’. En die pikken dat niet; ze verzamelen handtekeningen, dienen een klacht in bij de Commissie Gelijke Behandeling en houden een demonstratie bij het Sinterklaashuis (dat, zoals bekend is,  zich in Dordrecht bevindt. )

Aanvankelijk is er veel verzet, zowel van Sint als van de Pieten. De traditie schrijft een zwarte Piet voor en op een traditie moet je zuinig zijn. Maar langzaam maar zeker dringt toch het besef door dat dit standpunt niet vol te houden is: de traditie kan waardevol zijn, maar mag nooit een keurslijf worden die discriminatie bevordert en verzoening in de weg staat. Daarom komt er uiteindelijk een nieuwe advertentie waarin ook anders-gekleurden, vrouwen en mensen die elders moeilijk plaatsbaar zijn vanwege een lichamelijk of verstandelijke beperking, uitgenodigd worden om te solliciteren. Nieuwe werknemers zijn gehouden om de kleurige bedrijfskleding te dragen, maar het is afgelopen met het verplichte verven: niet zwart, en al helemaal niet groen of blauw. Iedere huidkleur is goed, als ie maar echt is.

En zo snappen alle sinterklaasjournaal-kijkertjes hoe het komt dat er een anders-gekleurde Piet met de Sint mee komt naar school. De wereld gaan we er niet mee redden; het haalt het niet bij wat Nelson Mandela in Zuid-Afrika deed. Het is hooguit een kleine oefening in verzoening. Maar daar begint het mee, toch ….?

vrijdag 15 november 2013

Kerst ontmythologiseerd




Zover als de christenen die Kerst helemaal willen afschaffen – vanwege z’n heidense wortels en/of vanwege alle toeters en (jengelende) bellen die er omheen zijn gehangen - wil ik niet gaan. Maar ik snap ze wel heel goed. En dan heb ik het niet over alles wat er buiten de kerk met het feest gebeurt; daar hebben we hard en lang genoeg op afgegeven. 
Maar in de kerk kunnen we er ook wat van! Soms met hele goede, vrome motieven. Er is  ontzettend veel binnengedrongen dat er niet thuis hoort; via kinderbijbels, zondagsschool- en kleuterjuffen en zelfs via synodaal goedgekeurde gezangen. Het dieptepunt was, wat mij betreft, het moment dat ik mezelf in een  een kerstnachtdienst hoorde zingen over een lasershow in Bethlehem (in een lied dat terecht het Liedboek en de Evangelische liedbundel niet heeft gehaald: De herdertjes lagen bij nachte,  Johannes de Heer 609, vers 2).
Tijd dus voor een ontmythologisering. En dan heb ik het niet over een ontkenning van de maagdelijke geboorte – daar spreekt de bijbel weer heel duidelijk wel over- maar over al die andere aangroei.

Ik wil u, alvorens de adventstijd aanbreekt, graag in het kort onderwijzen over alle zaken die we onze kerstvieringen hebben binnengesmokkeld, maar daar krachtens het onfeilbare Woord van onze God niet thuishoren; pakt u er Matteüs 2 en Lucas 2 maar bij. Misschien wilt u het helemaal niet weten, maar ik ga het wel opschrijven; kijk maar of u er wat mee doet.

  • Jozef en Maria hebben niet alle Bethlehemse herbergen of nachtverblijven afgesjouwd voor ze onderdak vonden; er was er maar één.
  • Nergens in het kerstverhaal wordt van een stal gesproken; Jezus kan ook in een grot geboren zijn. Of  in de open lucht, op de binnenplaats van een nachtverblijf voor karavanen ; dan horen er geen os en ezel bij het jonge gezin, maar kamelen. (Over de os en ezel, in het bargoens het schorremorrie, kun je trouwens wel een hele bijbelse (kerst-)preek maken, op grond van Jesaja 1:3. Maar dat tussen haakjes). 
  • De herders waren geen herdertjes, maar ruwe bonken die veelal met de nek werden aangekeken.
  • Ze lagen hoogstwaarschijnlijk ook niet ‘midden in de winternacht’ in het veld; dan is het ook in Israel veel te koud.  ‘Down under’ zitten ze er dichterbij als ze Kerst vieren op het strand.
  • De engelen vormden niet een koor  maar een leger.
  • Ze zongen ook niet, maar spraken of riepen  (zoals in alle vertalingen staat); misschien is ‘scandeerden’ de beste vertaling.
  • De herders vertrokken niet weer na verloop van tijd om plaats te maken voor de bezoekers uit ‘het oosten’; die arriveerden waarschijnlijk pas na een jaar, of nog later (daarom brengt Herodes, met een veilige marge, alle kinderen tot twee jaar om).
  • Jozef, Maria en Jezus woonden toen in een huis.
  • Er wordt niets gezegd over het aantal bezoekers. Het kunnen er twee geweest zijn, maar ook 35.
  • Het waren geen koningen, ook geen gewone ‘wijzen’, maar magiërs (magooi in het grieks).  Waarschijnlijk moeten we denken aan een kruising tussen astronomen (dat zijn wetenschappers) en astrologen (dat zijn mensen die verboden occulte praktijken praktiseerden die in het Oude Testament als ‘gruwelen’ worden bestempeld).
  • Het is best mogelijk dat Jozef en Maria een ezeltje hebben gekocht om naar Egypte te vluchten toen zij van die kostbare geschenken hadden gekregen van de magiërs, maar er staat niks over in de bijbel.

Waarom we dan toch maar door moeten gaan met Kerst vieren? Omdat er waarachtig wel wat te vieren valt, ook – of: juist- zonder alle romantische poespas die we het verhaal hebben binnengehaald. Het Woord is vlees geworden; God overbrugt zelf de kloof die er is gekomen tussen Hem en ons. Misschien wat minder verkleinwoorden en wat meer Fillipenzen 2.

En ook omdat Kerst ongekende mogelijkheden biedt omdat er dan mensen ‘onder het gehoor’ komen die dat de rest van het jaar nauwelijks of nooit doen. En juist ten behoeve van  hen is het voor vertellers en verkondigers  belangrijk om in een paar verstaanbare woorden door te dringen tot de kern. Misschien wilt u speciaal rond Kerst bidden voor die vertellers en verkondigers bidden, en voor hun gehoor.

In iets verkorte vorm als PS  geplaatst in Kerk op Dordt jaargang 4 , nummer 22,  d.d. 315 november 2013, p. 36.