maandag 7 september 2020

De Filistijn, de Tyriër, de Moren

                       

Op internet staat een aandoenlijk youtube-filmpje: een zwarte jongen met een Hollandse naam bespeelt in een duidelijk Hollandse woonkamer een Hammondorgel. Als hij de melodie van Psalm 87 speelt, doet hij dat op ‘hele noten’. Onder het filmpje ook een regel uit deze psalm (in de berijming van 1773, vers 3): De Filistijn, de Tyriër, de Moren…. 

Ik vermoed dat deze psalm heel vaak gezongen is in diensten waarin geadopteerde kinderen werden gedoopt: wat mooi dat ook zij, zwarte en gele kindertjes, bij God én bij ons mogen horen, in Israël worden ingelijfd. Want Israël associeerden we toch vaak met ‘ons’, de kerk, het volk van God. Zendingsverhalen droegen iets vergelijkbaars uit: dappere blanke man trekt het oerwoud in en onder de klapperboom vertelt hij de gekleurde medemens - veelal aangeduid als negers - over de Here Jezus.

Vooral de vermelding van de Moren droeg aan deze beeldvorming bij: die kenden we uit een kinderliedje over ‘Moriaantje’, die - net als Zwarte Piet - zo zwart was als roet. En natuurlijk uit de geschiedenis van de ‘kamerling uit Morenland’ (in de meeste nieuwere vertalingen wordt die, zeer terecht, aangeduid als een eunuch uit Ethiopië).


Wij, witte christenen in Nederland, doen er goed aan om een aantal dingen voor ogen te houden. Om te beginnen dat wij tot dezelfde ‘categorie’ behoren als de Filistijnen, de Tyriërs én de ‘Moren’. En dat deze volkeren zelfs veel eerder werden bereikt met het evangelie dan onze Germaanse voorouders. Dat geldt sowieso voor de buurvolkeren van Israel, de Filistijnen en de bevolking van Tyrus. Maar ook de kerk in Ethiopië was er al lang - vanaf het begin van de 4e eeuw - toen Bonifatius, rond het jaar 700, in Nederland arriveerde. Dus wie wordt nou bij wie ingelijfd?


Verder goed te bedenken dat de secularisatie in Nederland er vooral is door witte mensen die de kerk vaarwel zeggen, maar dat die stevig geremd wordt door christen-migranten. De precieze aantallen zijn moeilijk te berekenen, maar hun aantal wordt geschat op een miljoen; ongeveer net zoveel als er moslims zijn in Nederland.


Na de gewelddadige dood van George Floyd ontstond er wereldwijd een protestbeweging: Black lives matter, zwarte levens doen er toe. Dat zal in de kerk waarschijnlijk niemand ontkennen, maar het is wel goed te beseffen dat christenen de nodige boter op het hoofd hebben als het gaat om onze zwarte medemens; denk alleen al aan de rol van ons calvinistische land in de slavenhandel. Maar zwarte mensen kunnen ook heel erg gekwetst worden door goedbedoelde opmerkingen. Weet dus hoe zij het gebruik van het ’n-woord’ ervaren, naar Zwarte Piet kijken en zich misschien ook wel ergeren aan de woorden uit het lied Jeruzalem mijn vaderstad (Liedboek 265 resp. 737). Daar gaat het in vers 19 over 'de negers met hun loftrompet’. Willem Barnard, de dichter van het lied, heeft daar ongetwijfeld alleen maar iets heel positiefs mee bedoeld, zoals Godfried Bomans met de beste bedoelingen het ‘negertje Flop’ ten tonele voerde in de Pa Pinkelman boeken, en we allemaal zonder enig racistisch motief Sinterklaas lieten assisteren door een zwarte Piet. Je kunt betogen dat zwarte mensen dat maar moeten begrijpen en aanvaarden. Maar misschien moeten we ons dan eerst eens verdiepen in de gevoelens van de nakomelingen van de ‘tot slaaf gemaakten’; de serie Geboeid kan daar bij helpen. 


In Dordrecht mogen we ons verheugen over de aanwezigheid van Wiebe van Horssen van Missie Dordt; naast veel andere zaken die hij oppakt is hij ook betrokken bij het programma Reversed Mission (lees het projectplan). Het kan ons helpen wat meer zicht te krijgen op de breedte van Gods kerk, ook in Dordt.  


Geplaatst in Kerk op Dordt jaargang 11,  nummer x  d.d. xxx 2020

zaterdag 29 februari 2020

Lees- en preekroosters

Veel christenen lezen de bijbel volgens een rooster. Soms wordt hen dat aangereikt via een dagboekje, waardoor er ook een toelichting en/of toepassing beschikbaar is. Maar er zijn ook ‘kale’ roosters. Het bekendste is het Bijbelleesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap (o.a. gebruikt door de podcast Eerst dit) en het Rooster van lezingen bij het dagelijks gebed (o.a. opgenomen in Dienstboek, een proeve,  en 1 op 1 overgenomen in Bid, Luister Leef onderweg, maar onder de titel ook makkelijk te vinden op internet); daarin wordt voor drie gebedsmomenten per dag een lezing aangegeven, een uit het Oude Testament, een uit de evangeliën en een uit de rest van het Nieuwe Testament. ‘Het idee is dat je in twee jaar tijd het Nieuwe Testament meerdere malen leest en het Oude Testament in trage vlucht.’
Er zijn ook roosters voor de wekelijkse kerkdienst; die geven aan welke bijbelgedeelten centraal moeten staan in de wekelijkse eredienst. Die worden vaak gebruikt in wat meer ‘liturgische gemeenten’ (hoe ‘liturgischer’, hoe strakker); niet of nauwelijks in reformatorische en evangelische gemeenten. 

Lacunes
Aan het gebruik van zulke bijbellees- en preekroosters zitten onmiskenbaar grote voordelen. Maar er kleven ook nadelen aan. Zo hebben ze de neiging gedeelten over te slaan. Twee voorbeelden: Lezingen bij het dagelijks gebed nam het oudtestamentische rooster over van het Jodendom en slaat daarmee Jesaja 53 over. Voor wie Jezus niet als de beloofde Messias kan zien, is dat te begrijpen, maar waarom christenen het dan ook niet meer tegen zouden mogen komen bij hun dagelijkse bijbellezing, is onbegrijpelijk en onverteerbaar; het gaat nogal ergen over.  Van de eerste Petrusbrief werd 3:1-12 - met daarin ‘vermaningen’ voor de vrouw - kennelijk gewogen en ‘te zwaar’ bevonden. Het NBG-rooster is soms wel erg ‘hap-snap’; wie het in januari volgde, las afwisselend gedeelten uit het begin van Martteüs, het slot van Jesaja, een paar spreuken en een paar Psalmen. 
En ook in het preekrooster selecteert nogal eens; zoals een collega dat ooit uitdrukte: het bevat wel het zoet maar niet het zuur. Een voorbeeld: op de 1e zondag na Epifanie is de lezing Luc 3:15-16 en 21-22; dus wél Johannes de Doper die Jezus aankondigt; ook de reactie van het volk en de duif die op Jezus neerdaalt, maar níét vers 17, over de wan in Jezus’ hand en het kaf dat in het onblusbare vuur wordt verbrand.

Dun bijbeltje
Het gangbare ‘oecumenisch leesrooster’ voor de wekelijkse eredienst (zie o.a. de genoemde Proeve en de  site van de Raad van Kerken) kent een driejarige cyclus. Dat is so-wie-so te kort om de hele bijbel aan de orde te laten komen. Maar in sommige weken - vooral de periode na Kerst - geeft het rooster een aantal weken precies dezelfde lezingen: ieder jaar de besnijdenis, de 12-jarige Jezus in de tempel, de doop van Jezus en de bruiloft in Kana. Ik vermoed dat, naarmate het rooster in een gemeente trouwer wordt gevolgd, de kerkganger een steeds smaller bijbeltje overhoudt. Iedere drie jaar weer dezelfde gedeelten: dan moet er wel veel blijven liggen (zelfs als er van tijd tot tijd alternatieven worden aangedragen).

Een vernieuwd, samenhangend bijbellees- en preekrooster
Daarom in de Maand van de Bijbel een pleidooi voor een vernieuwd, samenhangend lees- en preekrooster. Vernieuwd, omdat niet alles helemaal opnieuw hoeft: grote delen van bestaande roosters kunnen in een nieuw rooster gebruikt worden. Niet het hele wiel hoeft opnieuw uitgevonden te worden.
Maar wel roosters waarin de hele bijbel aan de orde komt. Die zullen dan een langere periode twee of drie jaar moeten bestrijken. 
En ook graag een rooster waarin er een samenhang is tussen wat door de week wordt gelezen en waar het in de preek op zondag over gaat. Ik stel me voor dat door de week een paar hoofdstukken worden gelezen. Iedereen kan er dan zijn eigen dagboek bij schrijven, of podcast van maken. De voorganger leest mee en maakt een preek over de kern van de hoofdstukken.
Vanwege de afnemende bijbelkennis, waarbij velen alleen vertrouwd zijn met losse, vooral erg bemoedigende  teksten (als Jeremia 29:11; momenteel de meest gezochte tekst op internet, begreep ik), zou een chronologische opbouw ook niet verkeerd zijn, zodat er ook aandacht kan zijn voor de context. In de preek kan dan ook nog een stukje catechese verwerkt worden. 
En dan ook nog graag echt ‘oecumenisch’; kerken en voorgangers die niks zien in (de huidige) roosters zou eens gevraagd kunnen worden waarom dat zo is, en zij zouden uitgenodigd kunnen worden te participeren in de totstandkoming van deze vernieuwde roosters. Indertijd, bij het maken van de Nieuwe bijbelvertaling, bleek er ook een brede samenwerking mogelijk van kerken en christenen die behoorlijk ver uitklaar lagen. 

In gewijzigde vorm, onder de titel 'Leesroosters kleden bijbel uit' geplaatst in het nederlands Dagblad van 14 februari 2020

vrijdag 17 januari 2020

Mooi geweest


Of we op 12 oktober al iets op ons programma hadden. Dat vroegen onze dochters afgelopen voorjaar. Toen we lieten weten dat dat niet het geval was - zo druk hebben mijn vrouw en ik het nu ook weer niet -nodigden zij ons uit om dan mee te gaan naar de Dordtse versie van het afscheidstournee van Elly & Rikkert Zuiderveld. 
Die uitnodiging hebben we graag aangenomen. In een verleden namen we hen mee naar (kinder)concerten van Elly & Rikkert, en daar hebben we alle vier hele goede herinneringen aan. Beter gezegd: het was iedere keer een feestje. 
Een afscheidconcert, dus. Want Elly & Rikkert gaan stoppen; het is ‘mooi geweest’. Dat was de titel van hun reeks afscheidsconcerten; ik vermoed in de dubbele betekenis van het woord: na 50 jaar optreden mag er voor deze zeventigers nu wel een eind aan komen. Maar ook: het was een mooie, een prachtige tijd. 

Stiekem beklaagde ik wel eens  de kindertjes die het bij hun godsdienstige opvoeding zonder Elly & Rikkert moesten doen, omdat die in hun kerk gewogen en te licht werd bevonden. In het ene geval omdat Paulus in Ef. 5:19 en Koll. 3:16 met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen bedoeld zou hebben dat de Gods lof uitsluitend gezongen zou moeten worden met psalmen, psalmen en psalmen; in het andere geval omdat Paulus daarmee uitsluitend doelde op door de  samenstellers van het (nieuwe) Liedboek goedgekeurde liederen (in de uitgebreide registers op internet komen beide echtelieden Zuiderveld voor, maar wel heel, heel erg zuinig). Maar gelukkig is er ook nog de mogelijkheid de liedjes en liederen van Elly & Rikkert te beluisteren en te zingen buiten de kerkdiensten om.

Annemarie van Heijningen-Steenbergen schrijft over haar ontdekking van het repertoire van Elly & Rikkert in haar boekje Refomeisje (in het hoofdstuk Hallelujah handjeklap). Ze noemt het ‘een soort thuiskomen’. In haar kerk - toen nog de gereformeerde gemeente - waren de liederen uitermate verdacht. Het was gospel, en dus gevaarlijk. Een mens kon zomaar het idee hebben dat hij of zij er al was, zonder de ‘toeleidende weg’ - ‘dood aan jezelf en je heil zoeken bij Christus’ - te zijn gegaan. Maar schrijft Annemarie: ‘Ik ontdekte dat de liedjes juist hierover gingen. Ik verlangde naar het leven, zong Elly bijvoorbeeld, en ik dacht dan ben ik vrij. Meestal duurde het maar even, dan ging het weer voorbij. Ik heb overal gezworven, door een onbekend gebied. Ik ben duizendmaal gestorven, het leven vond ik niet. Zeg nou zelf: was dit een toeleidende weg, compleet met stervan aan jezelf, ja of nee?’

Wat mij vooral aanspreekt bij het echtpaar Zuiderveld is de combinatie van oprechte vroomheid (bevindelijkheid zelfs, zie hierboven) en een prachtige humor. Elly zingt bijvoorbeeld over de plaats waar ze opgroeide:  … achter die haag van ligusters, daar was het klooster daar woonden de zusters (…) geurend naar sunlight en heiligheid. Dat wil Elly zelf  ook, maar het kwam er niet van:  Alles ging anders dan ik had gepland Toch vond ik meer dan ik toen heb gekend Nu leef ik een heel stuk bewuster En er zijn er die noemen me zuster. 
Voor wie zich niet thuisvoelt bij hun liedjes en liederen (of juist wel) , is er ook nog het nodige te lezen; bijvoorbeeld de verzamelingen met oneliners, spreuken, aforismen, liedteksten enz.: De slimme Rikkert en De dikker Rikkert (Barneveld, resp.2009 en 2015). 


Het is mooi geweest; dat hebben Elly & Rikkert laten zien een horen in hun afscheidstounee met 25 voorstellingen, afgelopen jaar. En ik ben blij dat ik erbij mocht zijn. Maar omdat de belangstelling voor deze concerten zo overweldigend was, gaan ze toch nog even door: in mei en juni zijn er extra concerten, waaronder een in Papendrecht. Zie http://www.truetickets.nl/elly-en-rikkert 

Geplaatst in Kerk op Dordt jaargang 11,  nummer 2  d.d. 17 januari 2020

LHTB: drie vragen die blijven knagen

Het afgelopen jaar (2019) ging het weer vaak over homoseksualiteit; niet in de laatste plaats dankzij de Nashville-verklaring. Bij mij blijven er vragen knagen.

LHTB: en de bijbel dan?
Het eerste boek dat ik in handen kreeg over dit onderwerp heette Wat zegt de bijbel over homofilie?  Het antwoord van de schrijver, ds. Jan van Veen, was: niets. Want in zijn optiek gaan alle teksten over dit onderwerp over ‘heidense cultus en zedelijke verwildering à la Sodom’.  
Nu is het ongetwijfeld waar dat er over sommige ‘homo-teksten méér te zeggen is dan ‘dat het niet mag’. Van Sodom wordt bijvoorbeeld in de rest van de bijbel niet meer over de homoseksuele praktijken gerept; wél over het feit dat de inwoners genoeg te eten hadden, maar ‘niets deden voor de armen en de machtelozen’ (Ez. 16:49).  Maar dan blijven er nog wel wat teksten die blijven schuren; ik denk vooral aan Genesis 1 (man(nelijk) en vrouw(elijk) schiep hij hen), 2 en 3, en Romeinen 1. 
Inmiddels delen ook veel orthodoxe christenen de mening dat een homoseksuele relatie  (mits ‘in liefde en trouw’) moet kunnen. Mij lukt het vooralsnog niet. Maar dan vraag ik me af: zou dat anders zijn als ik in mijn naaste omgeving - of bij mezelf - te maken zou krijgen met mensen die uit de kast komen. Maar ook of ik daarmee dan weer de dappere broeders en zusters die kiezen voor een leven in onthouding niet in de steek zou laten. 

LHTB: en P dan?
Het is een hard gelag wanneer aan mensen wordt gezegd dat de liefde, de intimiteit, de seksualiteit waarnaar zij verlangen, niet mag. Toch is het door de eeuwen heen steeds gebeurd: tegen de jonkvrouw en de pachter, de boerenzoon en de dienstmeid, de rooms-katholieke en de protestantse christen, de hervormde en gereformeerde protestant, tegen de moslim en de christen, tegen de nozem en de non. En ook nog tegen vele anderen. 
Nu mag het van velen, buiten maar ook binnen de kerk, niet meer tegen twee mensen van het zelfde geslacht, en ook niet tegen anderen in de reeks LHTB+ worden gezegd; óók niet dat je het wel mag ‘zijn’, maar niet mag ‘doen’. Hun seksuele geaardheid mag op geen enkele manier een reden zijn hen anders te behandelen dan hetero’s. 
Maar het punt is dat bijna iedereen óók seksuele praktijken afwijst; het bekendst is natuurlijk die van de pedofiel. Het valt mij steeds op dat de gesprekken over LHTB+-ers enerzijds en pedo’s anderzijds, altijd strikt gescheiden van elkaar worden gevoerd. Zelfs in de langste lijst met ‘gelijk-te-behandelen’ seksuele geaardheden die ik kon vinden, LGBTQIAP, staat de P niet voor pedo- maar voor panseksueel (mensen die niet vallen op geslacht, maar op karakter of persoonlijkheid).
Om misverstanden te voorkomen: ook ik ben van mening dat er geen ruimte is voor pedoseksueel geslachtsverkeer. Maar ondertussen kunnen mensen wel tot de conclusie komen dat ze pedo ‘zijn’. En de drempel is voor hen nog vele malen hoger om uit de kast te komen dan voor LHTB+-ers. Hen rest een levenslange strijd - hopelijk geholpen door mensen in hun omgeving, de kerk bijvoorbeeld - óf chemische castratie. 
Als veroordeelde pedo’s tbs krijgen, dus opgenomen worden in een kliniek, wat is er dan op tegen als homo’s, die dat zelf willen, kiezen voor een ‘behandeling’. En hoe gaat artikel 1 van de grondwet eruit zien als daarin ook seksuele geaardheid genoemd gaat worden? Op de een of andere manier zal dan toch ergens duidelijk moeten worden gemaakt dat dat voor pedo’s weer anders uitgelegd moet worden dan voor lhtb+ers; inderdaad: dat pedo’s het wel mogen ’zijn’, maar niet mogen ’doen’. 

LHTB: en de hebzucht dan?
Wat ook blijft knagen is de (oude) vraag waarom er aan de ene kant zoveel  aandacht is voor ‘seksuele zonden’, terwijl aan de andere kant zaken die de bijbel ondubbelzinnig veroordeelt door sommigen christenen heel makkelijk worden goedgepraat, én gepraktiseerd. Een recent voorbeeld is de houding van de voormalige Alblasserdamse  wethouder die blijft benadrukken dat hij niet in strijd met de (Nederlandse) wet heeft gehandeld door én wachtgeld én een vet salaris te incasseren. Dat zal wel kloppen, maar hetzelfde geldt voor zaken als echtscheiding, abortus, euthanasie, prostitutie, overspel, homoseksualiteit,  sex buiten het huwelijk, enzovoort. 

Het is griezelig om te zien hoe orthodoxe christenen - niet alleen bevindelijk gereformeerden - in zaken die te maken hebben met ‘economische én ecologische gerechtigheid’ heel makkelijk aanschurken tegen de PVV en FvD, terwijl vooral die economische gerechtigheid in de bijbel veel meer aandacht krijgt dan homoseksualiteit. Tussen Richteren 19 en Romeinen 1 wordt met geen woord over homoseksualiteit gesproken, terwijl de boeken van de profeten én de evangeliën boordevol staan met waarschuwingen tegen, en veroordelingen van sociaal onrecht, hebzucht, en over het grote gevaar van de rijkdom. Wordt het geen tijd voor een Nashville-Verklaring over hebzucht en sociaal onrecht?








zondag 28 juli 2019

…. inzonderheid de huisgenoten des geloofs ….


“Mag de kerkgemeenschap mij naar de voedselbank laten gaan?” Die vraag stelt mw. Tiny Kramer - woonplaats en leeftijd onbekend, alleenstaand, en in haar eigen woorden een “onder aan de samenleving bungelend kerklid” - in een ingezonden stuk in het Nederlands Dagblad van 5 juli j.l. Een spannende vraag, wat mij betreft, waar ik ook geen kant en klaar antwoord op heb, maar waar ik toch even met u over na wil denken. 
Wat in ieder geval verheugend is, is dat mw. Kramer nog steeds meelevend lid is van haar kerk. Heel vaak drijven gemeenteleden die met armoede te maken krijgen, weg omdat ze niet meer echt mee kunnen doen in hun - veelal blanke middle-class - kerk.

Mw. Kramer refereert in haar bijdrage aan de gemeente in Jeruzalem. Net na Pinksteren wordt daarover vermeld dat de leden “alles gemeenschappelijk” hadden; ze  “verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden” (Handelingen 2:44, 45; zie ook 4:32-36). Dat gaat nog een paar stapjes verder dan in de kerk voedsel inzamelen voor de Voedselbank, en/of collecteren voor Present en SchuldldHulpMaatje. 
De kerk van mw. Kramer zamelt ook voedsel in, maar het feit dat zij nochtans wekelijks 12 kilometer moet fietsen om haar pakket op te halen, roept bij haar vragen op. 
In het vervolg van haar verhaal gaat het dan nog over ongezond eten en afgekeurde groenten en fruit. Daar reageerden in de dagen erna weer de nodige Voedselbank-vrijwilligers op, die betoogden dat de organisatie heel goed werk doet, en ook ‘van de geef’ leeft.  Daar hebben ze helemaal gelijk in, maar daarmee is de hoofdvraag van mw. Kramer niet beantwoord. 

Stel dat een kerkelijke gemeente anders wil helpen dan via de omweg van de Voedselbank. Dan zitten daar nogal wat haken en ogen aan. De kerk mag wel een rekening voor een nieuwe bril, de tandarts of een wasmachine betalen, maar als ze een bijdrage geeft voor de huishoudpot, dan moet het gemeentelid dat melden als hij of zij een bijstandsuitkering heeft. De Sociale Dienst is dan verplicht de ontvangen bijdrage in te houden op de uitkering; de kerk subsidieert in zo’n geval feitelijk alleen de overheid. En als iemand schulden heeft en in een schuldhulptraject zit, dan is iedere cent die hij of zij méér binnen krijgt dan het minimale  - 90% van de bijstandsnorm, in het gunstigste geval net genoeg voor bad, brood en bed - drie jaar lang voor de schuldeisers. Er is zelfs nog wel eens sprake van geweest dat de overheid een pakket van de Voedselbank ook als inkomen zou gaan rekenen, maar zover is ze gelukkig nooit gezonken. 

Maar moet de kerk dan anders omgaan met haar leden dan met ‘buitenstaanders’? Paulus lijkt dat wel voor te schrijven; hij roept op het goede te doen voor iedereen, maar vooral voor de geloofsgenoten (‘inzonderheid de huisgenoten des geloofs’, Galaten 6:10). In de praktijk werkt het ook wel vaak zo, is mijn ervaring; voor een betrokken lid van de kerk is de weg naar de Diaconie veelal wat korter. Als er hulp gevraagd wordt tenminste, want de drempel om die weg op te gaan is waarschijnlijk weer stukker hoger. Niet iedereen heeft, als mw. Kramer, de moed op een gemeenteavond te vertellen dat zij of hij aangewezen is op de voedselbnak. 

Het is een beetje een flauw, maar ik had u van tevoren gewaarschuwd: ik weet ook niet precies hoe het moet Wel, dat binnenlands en binnenstedelijke diaconaat nog steeds hard nodig is, en dat we misschien toch die woorden uit Handelingen 2 en 4 nog een een keer diep op ons in laten werken. 

Geplaatst in Kerk op Dordt jaargang 10,  nummer 15  d.d. 26 juli 2019

zaterdag 2 maart 2019

Hackaton


Het zou zomaar kunnen dat u geen idee hebt wat dat is: een hackaton. Geneer u niet; ik wist het ook niet, totdat ik afgelopen najaar een uitnodiging kreeg om eraan deel te nemen. Om precies te zijn: een hackaton over Armoede en Schulden, georganiseerd door een aantal trainees van de Sociale Dienst Drechtsteden. Volgens een simpele definitie is een hackaton een “event waarin studenten of specialisten hun slimme hoofden bij elkaar steken om binnen korte, vastgestelde tijd een bepaald probleem op te lossen”. Alleen al het feit dat de organisatoren dachten dat ik zo’n slim hoofd heb, was genoeg reden om me aan te melden. 

Nu had ik net het prachtige boek van Japke-d. Bouma gelezen, Ga lekker zélf in je kracht staan; over de “ergste clichés op kantoor”. Zoals daar zijn: staand vergaderen, de flexplek, de customer journey, de start-up en agile werken (onbekende woorden graag zelf even opzoeken; de mij toegemeten 600 woorden zijn zomaar op). En dat had me behoorlijk wantrouwig gemaakt, alleen al vanwege de aanduiding van de bijeenkomst. 
Maar het viel mee; met mensen die op heel verschillende manieren met armoede en schulden te maken hebben, dachten we een lange middag in groepen na over manieren om te voorkomen dat mensen in de schulden komen en, als dat toch is gebeurd, over het wegnemen van obstakels in het proces van schuldhulpverlening. En daar kwamen hele zinnige ideeën uit (die mochten we pitchen; dat betekent: kort presenteren).

‘Hackatonnen’; dat zouden we in de kerk ook eens moeten doen, lijkt me. Want net als in de schuldhulpverlening, de zorg en het onderwijs, is ook de kerk vergeven van van de regeltjes en tradities (met een kleine t) die haar functioneren behoorlijk in de weg staan, zeker in een tijd van kerkverlating en groeiende financiële zorgen. Regels soms die ooit om begrijpelijke, maar soms ook om heel onduidelijke of aanvechtbare motieven zijn ingevoerd. En die haar dus verhinderen dat te doen waartoe zij op aarde is: zout en licht zijn.
Dat kán verassende, maar misschien ook wel pijnlijke uitkomsten opleveren; vooral als tijdens de hackaton de bijbel opengaat. 

Zo zou het interessant zijn om eens een hackaton te wagen aan de enorme last van gebouwen in het licht van het gegeven dat de Allerhoogste niet (meer) woont in wat men met mensenhanden is gemaakt’ (Hand. 7:48, 17:24) en het kerkgebouw dus niet, zoals de tempel, een ‘huis van God’ is. Of over de predikant, die in geen enkele lijst met gaven en bedieningen voorkomt (alleen de rondreizend prediker is zijn loon - bad, brood en bed - waard, Mt. 10:10). Het kan ook over de samenkomst van de gemeente gaan, waarin ‘ieder iets’ heeft; dat lijkt in 1 Kor. 14 toch echt over meer te gaan dan de koster die ‘kostert, de organist die speelt en het gemeentelid dat de schriftlezing doet. En met ‘sacramentsbevoegdheid’ tenslotte, leek men in de vroege kerk ook heel anders om te gaan dan bij ons; Jezus preekte bijvoorbeeld zelf, maar liet het dopen aan zijn nog-niet-afgestudeerde leerlingen over (Joh. 4:2). Boze tongen beweren zelfs dat de regel dat je predikant moet zijn om te mogen dopen of het Avondmaal te bedienen méér te maken heeft met de geclaimde beroepsbescherming van predikanten dan met de bijbelse gegevens.

Gelukkig is er in de nodige dossiers wel wat in beweging in ‘onze’ PKN. Weliswaar nog nog niet met hackatons, maar met commissies en uitvoerige rapporten en lange classis- en synodevergaderingen. Maar het besef dat men terug moet naar de basis, vanwege een krimpende kerk, maar hopelijk ook vanwege het besef dat al te vaak menselijke instellingen de komst van het Koninkrijk in de weg hebben gestaan, lijkt er te zijn. 


Geplaatst in Kerk op Dordt jaargang 10,  nummer 5  d.d. 1 maart 2019


vrijdag 17 augustus 2018

Na ons de zondvloed....?!

Johan Huibers is een BCN-er; een - min of meer - Bekende Christelijke Nederlander. Hij was namelijk de man die twee keer de ark van Noach nabouwde; eerst op halve, daarna op ware grootte. Die laatste boot lag lange tijd in Dordrecht. Een orthodox christen dus, iemand die de bijbel letterlijk wil nemen en de bijbelse boodschap ook met anderen wil delen. 

Met zo iemand zou ik me erg verwant moeten voelen. Dat dat toch niet zo lukt, heeft te maken met zijn antwoord (in het Nederlands Dagblad van 14 juli j.l.). 
op de vraag ‘Wat moet er hoognodig aan uw gedrag veranderen om de aarde duurzamer te maken, en gaat u dat ook doen?’ Het antwoord van Huibers, kort samengevat: niks, en dus: nee. En hij noemt daarvoor twee argumenten: het helpt niet en het hoeft niet, want we leven in de eindtijd. Na ons de zondvloed!*

Voor dat eerste argument gebruikt hij een redenering die je veel hoort: er zijn altijd oorzaken voor de opwarming van de aarde die een grotere invloed hebben dan die waaraan ik bijdraag, en zolang dat zo is hoef ik mijn gedrag niet aan te passen. Huibers vliegt en rijdt dus gewoon door, omdat de smeltende toendra’s en veenbranden in Indonesië nog meer CO2 uitstoot veroorzaken. 
Ondertussen hoor ik hem niet zeggen dat abortus minder doden tot gevolg heeft dan kindersterfte door ziekten en honger in ontwikkelingslanden, dus dat we ons om de abortussen niet druk hoeven te maken. 

Maar Huibers vervolgt dan: ‘De noordpool smelt; dat doet God. In Jesaja staat al: de hemellichamen zullen wankelen, de aarde zal tollen als een dronkeman. We zijn er bijna, we leven in de eindtijd. Dat ga ik nog meemaken, zeker weten.’ In het denken van Huibers (en, helaas, veel christenen met hem) speelt de huidige aarde, de schepping van God, geen rol meer; er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, en de oude aarde verdwijnt in de verbrandingsoven. 
Maar dan zou het goed zijn als uitgerekend Huibers nog eens wat verder zou lezen over de zondvloed. Die wordt ook genoemd in 2 Petrus 3; daar wordt van de ‘toenmalige wereld’ gezegd dat die ‘vergaan is toen ze door het water werd overspoeld’ (vers 6).  Het staat er niet nadrukkelijk bij, maar voor zover ik weet heeft nog niemand ooit beweerd dat wat onder het water van de vloed vandaan kwam een spiksplinternieuwe aarde was. Het was de goede, de zeer goede schepping van God, gereinigd, gelouterd van alles wat niet naar de bedoeling van de Schepper was. Zou je dan het vergaan van de aarde door vuur ook niet zo moeten uitleggen: dat het vuur niet vernietigt, maar loutert. 

Seculiere milieuactivisten benadrukken dat we ‘geen planeet B’ hebben (en daarom dus heel zuinig moeten zijn op deze). Christenen hebben een heel andere toekomstverwachting, maar er zijn ook voldoende overeenkomsten  om samen op te trekken in de strijd tegen de vervuiling en opwarming; om te gaan voor duurzaamheid. Want als ik de bijbel goed begrijp is er inderdaad geen planeet B: óók voor onze planeet A geldt dat God die helemaal nieuw maakt.
In Romeinen 8 schrijft Paulus wat er is gebeurd met de schepping waardoor die nu ‘als in barensweeën zucht en lijdt’: ze is meegesleurd in de val van de mens. Maar ze ‘zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en (...) delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt’ (zie vers 19-22).  

Tot het zover is, blijft de opdracht om deze aarde, planeet A, niet alleen te bewerken maar ook de bewaren, onverminderd van kracht. 

Geplaatst in Kerk op Dordt jaargang 9,  nummer 16  d.d. 17 augustus 2018

* In het ND van 1 februari 2019 schrijft Michel van der Hoiek over een 'evangelische christen' in Amerika die bewust niet aan afvalscheiding doet, want 'als het milieu daadwerkelijk verpest is, dan komt Jezus terug'.