Posts tonen met het label Gebed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gebed. Alle posts tonen

vrijdag 27 september 2013

“Ik bid en blijf lid”-Actie



Minstens  drie keer per jaar ontmoeten de ledenraadsleden, als vertegenwoordigers van alle leden van de Evangelische Omroep, elkaar én de directie.  In die bijeenkomsten gaat het er niet soft aan toe, maar worden stevige discussies gevoerd over de gang van zaken binnen de EO. Ledenraadsleden brengen hun zorgen over programma’s of over uitlatingen van programmamakers in heldere Hollandse taal op tafel.
Maar telkens raken wij ook weer onder de indruk van de moed, het doorzettingsvermogen, de creativiteit en de liefde voor God en mensen die we opmerken bij directieleden, programmamakers en andere medewerkers van de EO. Want het is geen kleinigheid om te voldoen aan de eisen die de overheid stelt (anders blijf je geen publieke omroepvereniging), die de netmanager stelt (want anders wordt je programma niet geplaatst), die de ‘doelgroep’ stelt (anders wordt die niet bereikt) en ook nog binnen de grenzen te blijven die je voor jezelf kunt verantwoorden. Dat is aanmerkelijk minder eenvoudig dan een christelijk blad of christelijke boeken uitgeven of een radiozender ‘runnen’ die speciaal is bedoeld voor christenen.

We zijn dankbaar voor iedereen die blijkt geeft van betrokkenheid bij het werk van de EO en daarvoor bidt. Maar de actie die nu wordt gevoerd laat ons inziens zien dat je datgene wat wel het sterkste wapen van de christen wordt genoemd – het gebed – ook als dolk in de rug kunt gebruiken: alsof God aan jouw kant staat en het vooral de ander is die gebed nodig heeft. Naar wij hopen en verwachten ongewild, maar toch ….

Wij zouden graag zien dat de initiatiefnemers van de actie ‘Ik bid en blijf lid’ zich wat duidelijker rekenschap geven van de opgave waarvoor de mensen bij de EO staan; van het feit ook dat er het een en ander is veranderd sinds de EO werd opgericht. En dat het dilemma dus vaak is: zoeken we deze grens op, met het risico dat we er overheen gaan, of blijven we veilig binnen de marges en laten we de echte ‘verloren zonen’ – die vaak geen enkel besef meer hebben van zoiets als een vaderhuis – maar rustig zitten waar ze zitten. Soms komen programmamakers, directieleden en/of leden van de Raad van Toezicht en Ledenraad tot de conclusie dat een programma niet gemaakt had moeten worden. Maar dat risico loop je alleen als je in beweging bent, op zoek naar die verloren zonen. Want, het is geen bijbeltekst maar daarom nog wel waar: de enige manier om kritiek te ontgaan is niets te zeggen, niets  te doen en niets te zijn.

Het verhaal van de actiegroep is onzuiver. Ze grijpt missionaire programma’s die tot controverses leidden aan voor haar kritiek op het EO-beleid. Tegelijkertijd beweert ze dat de EO geworden is tot een “weinigzeggende omroep met een christelijk sausje”, een omroep die geen boodschap voor de wereld meer heeft. Deze argumenten gaan niet samen. Het gemakkelijke verhaal van de “vervlakking” van de EO past niet bij de kern van de kritiek en doet bovenal geen recht aan de motieven van de programmamakers. Het is uitstekend om te discussiëren over de juiste missionaire stijl (dat doet de Ledenraad ook), maar de discussie moet zuiver blijven.

Wij hopen dat alle christenen die het ‘eeuwig wel en wee’ van hun landgenoten ter harte gaat, lid zullen blijven  of (weer) zullen worden van de EO, dat ze vooral ook zullen volharden in het gebed  voor iedereen die erbij betrokken is (zoals we ook doen in de bijeenkomsten van de Ledenraad; zoals in de loop van de week ook voortdurend gebeurt in het EO-gebouw). We hopen ook dat ze goed zullen luisteren wanneer de directieleden of programmamakers uitleggen waarom ze een programma maken en wie ze daar bij betrekken. Zelfs als het om een verloren zoon gaat die in hun ogen wel heel erg ver van huis is * .

* De actie Ik bid en blijf lid richtte zich, blijkens een persbericht,  tegen een "programmaserie met zanger Gordon als de zoveelste provocatie in de richting van de grondslag en de achterban van de omroep, na diverse eerdere incidenten."

Deze ingezonden brief schreef en verstuurde ik aan het Reformatorisch Dagblad samen met mede-EO Ledenraadslid Gert-Jan Huisman in het voorjaar van 2010 (het is mij niet bekend of de brief ook geplaatst is). 
 

dinsdag 24 september 2013

Bidden voor Kopenhagen






Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan heeft onderworpen. Maar ze heeft hoop gekregen, omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt.
Romeinen 8:20 en 21


Regelmatig bereiken mij verzoeken om voorbede te doen. Voor medemensen in nood, bijvoorbeeld, dichtbij of ver weg. Voor slachtoffers van oorlog of natuurgeweld.  Voor ‘ onze’ soldaten in Uruzgan. Voor vervolgde broeders en zusters. Voor de zending en projecten van het ‘werelddiaconaat’. Voor Israël, de vrede van Jeruzalem. Voor de eenheid van de kerken.
Allemaal goed, allemaal terecht. Gebed is nodig,  gebed ‘vermag’ veel. Ik denk dat de mensen gelijk hebben die stellen dat de malaise van de westerse kerk alles te maken heeft met het feit dat gebed er zo’n marginale rol speelt; ik las een uitspraak van een Chinese kerkleider die bij zijn vertrek na een bezoek aan de USA op de vraag wat hem het meest was opgevallen, antwoordde: “ Dat jullie zoveel voor elkaar krijgen zonder God nodig te hebben…”

Maar wat ik nog niet heb gezien  is een oproep om te bidden voor  de klimaattop in Kopenhagen (wel om op 13 december , als in deze stad een speciale kerkdienst eindigt,  de kerkklokken te luiden). Soms lijkt het of christenen die zich het afgelopen jaar het meest druk hebben gemaakt om op te komen voor de betrouwbaarheid van het scheppingsverhaal – over het ontstaan van de aarde - het minst betrokken zijn bij de toekomst  ervan.
Misschien heeft dat te maken met de wijdverspreide gedachte dat deze aardbol  bij de wederkomst van Christus niet meer nodig is en door vuur zal vergaan. Daar dat gaat het inderdaad in 2 Petrus 3, maar dan is het wel belangrijk dat hoofdstuk goed te lezen.
Petrus refereert  in dit hoofdstuk aan de zondvloed. Maar toen die voorbij was, kwam de oude aarde weer tevoorschijn, de wereld die God had gemaakt en waarvan Hij had gezien dat die goed, zelfs ‘zeer goed’ was. De aarde was nieuw, vernieuwd, want al het kwaad dat zich er had genesteld – inclusief de veroorzakers ervan – was er niet mee.
In de woorden van Petrus klinkt ook het allerlaatste hoofdstuk van ‘ons’ Oude Testament door, Maleachi 3. In vers 19 (4:1 in sommige vertalingen) gaat het ook over dit oordelende vuur. Maar aan het begin van het hoofdstuk, in 3: 1 en 2, blijkt dit het vuur van de zilversmid te zijn, die in het vuur alle onzuivere elementen wegbrandt om zuiver zilver over te houden. Zo zal het kennelijk gaan met de goede schepping van God, de aarde; die komt niet in de verbrandingsoven, bij het restafval, maar wordt door God gereinigd, gezuiverd en is dan helemaal nieuw.

Romeinen 8 spreekt over diezelfde aarde, die meegesleurd is in de val, de zondeval van een opstandige mensheid. Maar zoals er toekomst is voor hen die zich aan Gods genade toevertrouwen en daarmee Zijn kinderen worden, zo is er ook toekomst voor de aarde.  Ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt. En het bederf, het zuchten, het lijden van die goede schepping: het  zijn barensweeën: verschrikkelijk pijnlijk, maar niet zinloos: wat eruit voortkomt, is een nieuwe geboorte, een prachtig wonder.
Als Jezus naar de wereld komt als Redder, - het is Advent -  dan is dat kennelijk niet alleen om mensen, zielen te redden, dan is dat om zijn hele schepping te bevrijden, verlossen, redden.

Als gemeente van Jezus Christus mogen we in deze periode bidden voor Gods schepselen; ook dat ze achter de glitter van de bomen en de ballen zich zullen krijgen op de werkelijke betekenis van Kerst. Maar we mogen ook bidden voor Kopenhagen, én ons (milieu-)steentje bijdragen; misschien wel méér dan een steentje, méér dan het gewone. Omdat we weten dat het om Gods goede, ja Zijn zeer goede schepping gaat; omdat we niet (moeten) willen dat Hij straks onze rommel moet wegbranden. 

Meditatie in het kerkblad Hervormd Dordrecht, nr. 23, 4 december 2009














woensdag 14 augustus 2013

Bidden - helpt dat


 
Nu weet ik zeker dat de Heer zijn engel heeft gezonden om me uit de handen van Herodes te bevrijden …..  (Handelingen 12:11)



Nee, bidden helpt niet. Dat was de conclusie van een groot wetenschappelijk Amerikaans onderzoek waarvan de resultaten in het voorjaar van 2006 werden gepubliceerd. Voor het onderzoek had men 1.800 hartpatiënten, die een bypassoperatie moesten ondergaan, willekeurig verdeeld in drie groepen. Van de eerste groep van 600 had men de namen doorgegeven aan gebedsgroepen en dit ook aan de betrokkenen verteld. Van de tweede groep had men de namen ook doorgegeven, maar zonder dit te melden. De derde groep  tenslotte, kreeg weer wel te horen dat er voor hen gebeden zou worden, maar de namen van deze patiënten waren niet doorgespeeld aan de gebedsgroepen. En wat bleek?  Bij de groep waarvoor gebeden werd zonder dat men het wist, waren geen effecten merkbaar. De patiënten waarvoor wel werd gebeden of die dachten dat er voor hen werd gebeden, kregen 14% meer complicaties, vooral hartritmestoornissen. Conclusie dus duidelijk: bidden helpt niet.



Jazeker; bidden helpt. Wat Jezus beloofde, is echt waar: bidt en u zal gegeven worden. Dat wordt zichtbaar in het prachtige verhaal waar bovenstaande tekst uit komt (zie Handelingen 12:1-17). De apostel Jakobus is geëxecuteerd (aan het eind van het hoofdstuk gaat het over een andere Jakobus, de broer van Jezus en leider van de gemeente in Jeruzalem) en Petrus loopt grote kans de volgende dag hetzelfde lot te ondergaan. Nochtans ligt hij ’s nachts rustig te slapen; nota bene vastgeketend aan twee soldaten met wie hij ook nog zijn cel moest delen. Het geheim van die rust, die ‘vrede die alle verstand te boven gaat’, is de gemeente van Jezus Christus. Omdat het lid (de ledemaat, het lichaamsdeel)  Petrus lijdt, lijdt het hele lichaam mee. En bij dat mede-lijden blijft het niet bij het noemen van de naam bij het bidden voor het slapen gaan of in de wekelijkse eredienst; nee, de gemeente (een groot gezelschap, vers 12)  is ’s nachts wakker en bidt ‘vol vuur’.

De eerste vrucht is de rust; het feit dat Petrus kan slapen. Méér heeft de gemeente kennelijk ook niet verwacht; anders was er niet zoveel verbazing en ongeloof geweest toen Petrus ineens voor de deur stond. God verhoort kennelijk ‘boven bidden en denken’; Hij stuurt een engel en vier bewakers, een dikke deur en hand- en voetboeien kunnen dan niet meer verhinderen dat Petrus onbekommerd naar buiten wandelt.



Bidden helpt. Geloofsgevangenen getuigen ervan. Ze vertellen hoe ze in de meest donkere uren van hun gevangenschap hebben ervaren, gemerkt, dat er elders op de wereld voor hen werd gebeden. In de kou en de eenzaamheid van de nacht, als het lijden het zwaarst was, veranderden meestal niet de omstandigheden – er kwam in hun geval niet een  engel van God, in ieder geval niet op dezelfde manier als bij Petrus  – maar ze ontvingen uitzicht,  vreugde, vrede; de vrede die alle verstand te boven gaat.



Maar wat was er dan mis met het Amerikaanse onderzoek. Het had een hoog wetenschappelijk gehalte; 1.800 proefpersonen is niet niks, en we mogen ervan uitgaan dat het ook verder keurig volgens de regels is uitgevoerd.

Het probleem is niet de ‘wetenschappelijkheid’, maar het object van onderzoek. Gebed kan geen voorwerp van wetenschappelijk empirisch onderzoek zijn, omdat God zelf dat niet kan zijn (C.S. Lewis). Of, om het anders te zeggen; “Niet het gebed van christelijke gebedsgroepen die hun gebedskracht tot voorwerp van wetenschappelijk onderzoek laten maken, vermag veel, maar dat van een rechtvaardige.”
Ook op de vraag op welke wijze God dan verhoort, leent zich niet voor wetenschappelijk onderzoek. Waarom werd Petrus bevrijd en Johannes de Doper, Stefanus en de apostel Jakobus niet. Waarom genezen sommige mensen als er voor hen gebeden wordt en anderen – ook heel gelovig – niet. Soms licht de bijbel een tipje van de sluier op (opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, zegt Paulus als het gaat over de vraag waarom hij verder moet met de doorn in zijn vlees, 2 Kor. 12); vaak ook niet. Maar er gebeurt altijd wat. Als Jezus die bekende woorden spreekt over gebedsverhoring (Bidt en u zal gegeven worden enz.), dan eindigt hij met de belofte dat de Vader altijd het goede geeft aan wie hem daarom bidden (Mt. 7:11); dat kan iets anders zijn dan wij op ons verlanglijstje hadden staan. In de paralleltekst in Lucas (11:13) wordt dan nader ingevuld: de Vader zal altijd de Heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen. Ook als de Vader ons niet kan geven wat we zo graag wilden, dan nog geeft Hij het allerbelangrijkste en kostbaarste: Zichzelf. Bidden helpt!


Meditatie in het kerkblad Hervormd Dordrecht, nr. 21/2007 d.d. 2 november 2007