vrijdag 4 november 2016

Het conciliair proces en Micha


Ik hoorde het zowel van leden van een evangelische gemeente als van een bevindeljk- gereformeerde kerk (voor wie dat laatste een onbekende term is: dat zijn kerken die we vroeger zwartekousenkerken noemden. Maar dat is een stigmatiserend woord en bovendien is het aantal zwartekousendragers in deze kerken drastisch afgenomen).Evangelisch én bevindelijk gereformeerden dus. Ik doel op de reactie die de genoemde gemeenteleden kregen in hun eigen kerk als ze de suggestie deden dat  de grote wereldvragen - over het milieu, de verdeling tussen rijk en arm, oorlog en vrede, vluchtelingen enz. - wel degelijk ook in de kerk thuishoren. Zij kregen niet zelden van voorgangers of andere gemeenteleden te horen dat dat onderwerpen zijn waar de vrijzinnigen zich mee bezig houden, of dat het tot vrijzinnigheid leidt als je daarmee de aan de gang gaat. 


Misschien is die reactie niet zo verwonderlijk. Vooral in evangelische gemeenten komen de leden voor een belangrijk deel uit andere kerken (in de Vrije Baptistengemeente Bethel in Drachten, voorganger Orlando Bottenbley, was dat medio 2005 94%; 33,7% was eerst Gereformeerd (synodaal) en 11,4% Hervormd). En deze mensen zijn veelal hun eigen kerk ‘ontvlucht’ omdat de eerder genoemde thema’s zozeer de agenda gingen bepalen, ten koste van ‘de ziel en de zaligheid’, dat ze het er niet langer uithielden. Want waarom zou je op zondagmorgen vroeg je bed uitkomen om nog een keer een samenvatting te krijgen van wat de afgelopen week al in de krant stond, met een nogal eenzijdig ‘links’ commentaar van de voorganger erbij: wel oog voor de misstanden in Zuid Afrika en de Verenigde Staten, maar niet voor die in de communistische landen. Het ‘conciliair proces voor gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping’, geïnitieerd door de Werldraad van Kerken in Vancouver, 1983, maakte het er niet beter op. Dat was in de ogen van velen niet alleen horizontaal en eenzijdig links, maar ook nog eens ‘new age’: de schepping werd moeder aarde. 


Best begrijpelijk dus, als mensen die deze ontwikkelingen van een afstand óf van binnenuit hebben meegemaakt, hun wenkbrauwen fronsen als er in hun nieuwe kerk wordt gevraagd om aandacht voor het milieu en de enorme armoede in de wereld. Gaan we weer dezelfde kant op? Want wat baat het als we de hele wereld winnen (of redden) en schade leiden aan onze ziel. Eén ding is nodig, toch?

Maar het grote gevaar is dat we daarmee in een even grote eenzijdigheid vervallen als de wereldverbeteraars die Jezus alleen nog maar nodig hadden om hun gelijk te bewijzen als het gaat om eerlijk delen (geef je tweede jas weg) en tegen bewapening (keer de andere wang toe), niet meer als Verlosser. Want de Jezus van Johannes 3:16 vroeg zijn leerlingen óók om gerechtigheid, om te delen, om zorg te hebben voor armen, zieken, gevangenen, vreemdelingen; hij trok zich het lot van mensen aan die door anderen werden gemeden of verstoten. En de profeten - niet alleen Micha - vóór Hem hadden gedaan. 


Daarom ben ik blij met Micha: de organisatie die aandacht vraagt voor  dezelfde thema’s als het conciliair proces - misschien wat minder voor bewapening - , maar nooit los van de verbinding met de levende Heer. In de tekst waaraan de beweging zijn naam te danken heeft, Micha 6:8, gaat het om recht doen, trouw betrachten én ootmoedig (of nederig) wandelen met God. 


Het Diaconaal Platform Dordrecht zet dit seizoen de Micha-cursus op de agenda; zie het bericht eerder in dit blad. In de hoop dat evangelische, reformatorische én oecumenische christenen zich willen laten onderwijzen over de samenhang tussen gerechtigheid ontvangen én gerechtigheid doen. 

Geplaatst  in Kerk op Dordt jaargang 7, nummer 21,  d.d. 4 november 2016, p. 32


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen